Talen verbinden u met de wereld en zijn een communicatiebasis die deuren voor u opent - vooral op het professionale vlak. Om deze reden hebben organisaties die in de taalopleiding en taalkennis van hun werknemers investeren, ook een duidelijk voordeel en een voorsprong. Dagnall Taleninstituut is een taalaanbieder die precies dat biedt: Effectieve taaltrainingen van het hoogste niveau voor medewerkers en leidinggevenden in, en in de buurt van Den Haag. Taaltraining op maat, omdat uw organisatie welbespraakte medewerkers verdient.
Vakgebieden
Van zakelijk en technisch tot medisch - Dagnall spreekt elke bedrijfstaal. Elke bedrijfstak spreekt een eigen taalgebruik en hanteert eigen terminologie. Geef uw medewerkers een zelfverzekerde uitstraling en duidelijke concurrentievoordelen, door branchespecifieke taalkennis op het hoogste niveau. Dagnall Talen biedt uw werknemers taaltrainingen in Den Haag in een brede waaier van vakgebieden.
Goed op weg
met
Dagnall Talen
Coachhuis Den Haag-Centrum Raamweg 4 2596 HL DEN HAAG
Wij bieden taalcursussen op maat in Den Haag aan als individuele les, als groepscursus met collega’s, als intensieve workshop en ook als langdurige, regelmatige training - met face-to-face-les alsook online cursus. Iedereen kan bij Dagnall Talen talen leren op precies een manier die het meest geschikt is voor hem of haar. Organisaties zijn naast klassieke taalcursussen vooral geïnteresseerd in de werkgerelateerde cursussen zoals Zakelijk Engels of Duits of Technisch Engels of Duits. Onze taalcursussen worden afgestemd op de individuele behoeften van de klant. Dagnall Talen is een taalaanbieder die de mogelijkheid biedt om middels gecertificeerde taaldocenten met uitstekende beoordelingen en recensies onbegrensd in Den Haag talen te leren. Dagnall Talen leidt u doelgericht en vlot naar de door u beoogde resultaten.
Filosofie van Dagnall Taleninstituut
De filosofie van Dagnall is om vreemde talen te leren zonder schroom en met gemak en plezier. Dagnall Taleninstituut zet daarom alles in het werk om ervoor te zorgen dat cursisten de taal van uw keuze zonder remmingen en moeiteloos leren. Een taal leren moet leuk zijn en daarom werkt Dagnall Taleninstituut met methodes die het leerproces gemakkelijker en prettiger maakt.
Door onze methodes wekken we uw nieuwsgierigheid op en ondersteunen we uw bereidheid om te leren. We brengen u in grote stappen naar het gewenste niveau met 15 minuten dagelijks oefenen. Dagnall Taleninstituut is een partner voor iedereen die een taal wil leren in Den Haag.
Betaalbare topkwaliteit sinds 1982
Daarom Dagnall!
toptrainers maatwerk door heel Nederland ISO 9001:2015 gecertificeerd, NRTO-keurmerk Btw vrijgesteld
In overleg met u als opdrachtgever stelt Dagnall de wensen en leerdoelen vast. U meldt de deelnemer(s) aan met hun contactgegevens. Dagnall Talen verzorgt een intake op locatie of, indien dit uw voorkeur heeft, telefonisch of online. Na het intakegesprek, waarbij op basis van het Europees Referentiekader het huidige en gewenste taalniveau bepaald wordt, ontvangt u van ons een op maat gemaakt cursusvoorstel met de offerte. Nadat u akkoord op uw offerte hebt gegeven, stemmen wij de planning van de cursus op uw situatie en agenda af.
De trainer evalueert na een aantal lessen de inhoud alsook de voortgang van de cursus. De doelstelling kan, indien nodig, worden bijgesteld. Na de laatste les sturen wij u een eindrapportage met een beschrijving van de door de cursisten behaalde resultaten. De deelnemers ontvangen tevens een certificaat van het instituut.
Het (individuele) contact met de deelnemers wordt indien gewenst, door Dagnall Talen verzorgd Het plannen van de intakegesprekken wordt door Dagnall in overleg met u en de individuele deelnemers gedaan Cursisten ontvangen een intakeformulier en een schrijfopdracht van ons. Dit formulier en de schrijfopdracht dienen vóór de intakedatum te worden teruggestuurd Dagnall Talen verzorgt de intakegesprekken op locatie of eventueel op afstand. Een intakegesprek duurt ongeveer 30 minuten De groepsindelingen worden geadviseerd aan de hand van niveaubepaling door Dagnall en in overleg vastgesteld De deelnemers worden per taal en taalniveau ingedeeld U ontvangt altijd een offerte op maat van ons! Wij verzorgen de logistiek van het materiaal en cursusbenodigdheden Wij berekenen geen administratiekosten en geen extra toeslag voor avondlessen Continuïteit van de planning van de cursus en het lesprogramma wordt door Dagnall Talen gegarandeerd en bewaakt Dagnall Taleninstituut is flexibel en betrokken!
Ons instituut geeft taalcursussen zakelijk aan het bedrijfsleven en (overheids)instellingen in Den Helder en plaatsen in de buurt van Den Haag sinds 1982. Wij werken met kundige docenten die door de jaren veel trainingen aan diverse bedrijven, (semi)overheid en andere non-profitinstellingen in het Westland taalcursussen zakelijk hebben gegeven.
Door de werkplekgerichte en functiegerichte methode van werken, levert taleninstituut Dagnall Talen u zeer betaalbare en effectieve taalcursussen in Den Haag. U kunt ervan op aan dat taleninstituut Dagnall Talen voor maximaal rendement zorgt; rendement door maatwerk!
Betaalbaar maatwerk bij Dagnall Taleninstituut in Den Haag
Taal op de werkvloer
Cursus Taal op de Werkvloer: draagvlak is gevraagd! Een cursus toegespitst op het vergroten van de taalvaardigheid op de werkvloer is ondertussen bij veel bedrijven een begrip. Mensen die geen of een beperkte kennis van het Nederlands of een andere voertaal hebben, ervaren een belemmering in hun werkomgeving en willen sneller en/of beter kunnen communiceren op de werkplek.
Zij willen de instructies op de werkvloer goed kunnen begrijpen en deze ook op kunnen volgen. De medewerkers willen het liefst met meer zelfvertrouwen hun werk uit kunnen voeren en natuurlijk heel graag hun ambitie op hun werkgebied waarmaken. Dit vereist een investering in werknemers en in de (innovatieve) ontwikkeling van de organisatie.
Ons taleninstituut biedt betaalbare maatwerk taalcursussen die de luister-, spreek-, lees- en schrijfvaardigheid op de werkvloer verbeteren. Dagnall helpt en leert de cursist hoe hij/zij de lesstof in praktijk kan brengen op hun werk. Ons instituut stemt de lessen af op de wensen van de opdrachtgever en op het niveau van de deelnemer(s). Als aanvulling op de lessen, krijgen deelnemers tijdens de taalcursus frequent praktijkopdrachten, die de continuïteit van het leerproces ondersteunen en de effectiviteit van de training verhogen.
Zo ontstaat een win-winsituatie! Wij letten ook op de wellicht onderbelichte kant van veel taalcursussen: de cursisten staan al vaak alleen in hun poging om de taal machtig te zijn, om de gebruiken en cultuur van het land en de organisatie te doorgronden en om hun wereld via taal uit te breiden. Hiervoor is motivatie en inzet nodig. Bovendien heeft de cursist maar een aantal vaste contactmomenten per week met de taaltrainer. Dit is niet in elk geval afdoende.
Onderscheidend
Dagnall Taleninstituut is onderscheidend door zich te richten op vergroting van het draagvlak voor een cursus op de werkvloer. Dagnall Talen moedigt collega’s en leidinggevenden van het bedrijf aan om voor een voortdurend proces van taalverwerving te zorgen, door vanaf het begin zoveel mogelijk in de doeltaal te communiceren met de deelnemer. Door het belang van taal op de werkvloer consequent op deze manier te benadrukken, wordt de waarde van goede taalbeheersing gemeenschappelijk ervaren en voelen de deelnemers zich gestimuleerd en gewaardeerd in de taalverwerving.
Vele wegen naar een betere talenkennis in Den Haag
Behoeftes en leermethode
Een goede taaltraining is niet alleen toegespitst op de behoefte van de cursist, klant, werkgever of organisatie, zoals betere spreek- of schrijfvaardigheid. Een goede taaltraining is ook afgestemd op de beste, meest geschikte, leermethode voor de individuele cursist. Een taaltraining (bij een taleninstituut in Den Haag) die het beste bij de taalleerder past.
Hoe behaalt Dagnall een hoog rendement?
De vakkundige taaltrainers van ons taleninstituut zijn zeer bedreven in het zo snel en zo prettig mogelijk aanleren van kennis en vaardigheden om deze direct in realistische praktijksituaties te kunnen gebruiken. Dat werkt wel zo prettig en het zorgt ervoor dat de cursist veel waar voor zijn geld krijgt. Het ondertussen bekende hoge rendement behaalt Dagnall Taleninstituut met een blend van deze bewezen leermethode met het oogmerk op de cursist(en) en een onderzoek of de cursist(en) visueel, auditief of kinesthetisch is/zijn ingesteld. U kunt bij Dagnall Taleninstituut terecht voor taalcursussen die zijn gebaseerd op een maatwerktraining.
Ons taleninstituut biedt groepscursussen van 3 tot 10 cursisten, duocursussen (2 cursisten), individuele taalcursussen, onlinecursussen, het online leerplatform voor blended learning alsook een eigen App met woordenlijsten en specifiek jargon van de organisatie. De taaltrainers van ons instituut gebruiken veel eigen lesmateriaal dat zij in de loop der jaren hebben verzameld en gecreëerd en de taaltrainers spelen voortdurend op actuele thema’s en ontwikkelingen in.
Een prettige manier van leren
Een voordeel is dat dit weloverwogen maatwerk als een zeer prettige werkwijze wordt ervaren door zowel onze cursisten alsook onze taaldocenten in Den Haag. Deze, door de jaren heen steeds verder verfijnde en ontwikkelde werkwijze is het bijzonder gewaardeerde handelsmerk geworden van Dagnall Taleninstituut. De cursus is dus niet alleen werkgericht en/of functiegericht, maar tevens aangepast aan de leermethode die goed bij de cursist zelf past.
Een vreemde taal effectief leren in Den Haag bij Taleninstituut Dagnall
Individuele cursussen en groepscursussen
Individuele cursussen & groepscursussen
Dagnall Taleninstituut cursussen op maat voor individuen en groepen, waarbij u met een gerust hart de gehele organisatie uit handen kunt geven. Ons taleninstituut biedt deze individuele cursussen en groepscursussen voor zowel beginners, als voor halfgevorderden en gevorderden. Dagnall Taleninstituut maakt voor de individuele-,
duocursussen en groepscursussen gebruik van gevarieerde en moderne onderwijsmethoden om doelgericht te kunnen trainen en leersucces te verzekeren. Vanzelfsprekend kunnen onze individuele-, duo- en groepscursussen zowel bij u op locatie als op één van onze trainingslocaties in of bij Den Haag gegeven worden.
Maatwerk individuele en groepscursussen in Den Haag
Maatwerkcursussen
Dagnall taleninstituut biedt individuele cursussen voor het bedrijfsleven, (semi-)overheidsinstellingen alsook particulieren in Den Haag en omgeving. Een individuele taalcursus noemt men ook wel één-op- één-taalcursus of privéles. De individuele taalcursussen van Dagnall Taleninstituut zijn al vele jaren bekend voor het maatwerk, de persoonlijke aandacht en een zeer hoog rendement. De individuele cursussen van taleninstituut Dagnall zijn maatwerkcursussen en worden specifiek samengesteld voor, en afgestemd op, het taalniveau, de branche, de leerstijl alsook de praktijksituatie. De trainingen worden zo opgesteld dat de persoonlijke of bedrijfsdoelstellingen worden behaald.
Ons taleninstituut biedt groepscursussen van 3 tot 10 personen, maar ook duocursussen (met 2 deelnemers) aan bedrijven, (semi-)overheidsorganisaties alsook particulieren. De groepen worden zo klein mogelijk gehouden om de leereffectiviteit te maximaliseren en de cursisten maximaal te ondersteunen. De groepscursussen van Dagnall Taleninstituut zijn ook maatwerk taalcursussen en worden afgestemd op, en specifiek samengesteld voor, de leerstijl, het taalniveau, de branche en de praktijksituatie en de trainingen worden opgesteld om de (bedrijfs)doelstellingen te kunnen behalen.
Pluspunten individuele cursus
Het belangrijkste voordeel van individuele taalcursussen is het hoge rendement omdat in korte tijd veel kennis geleerd wordt. Omdat de taalcursus intensief is, wordt sneller vooruitgang geboekt en blijft het leertraject zo kort mogelijk. Flexibiliteit is nog een groot voordeel van individuele taalcursussen. De cursus kan beter worden afgestemd op de leerstijl van de deelnemer en de leerstof kan optimaal aangepast aan het niveau, de doelstellingen en de specifieke aandachtsgebieden van de deelnemer. De leervordering is optimaal doordat eventuele begripsproblemen individueel behandeld kunnen worden. Een individuele is eveneens cursus ideaal af te stemmen op de agenda van de cursist waardoor het tijdmanagement en het leerschema optimaal zijn.
Pluspunten groepscursus
Met name de interactie met de andere deelnemers is het belangrijkste pluspunt van een groepscursus; actief gebruik van de doeltaal zoals door rollenspellen en discussies in de groep. Een ander groot voordeel is de zogenaamde groepsdynamiek; van de foutjes van anderen kunnen leren en met elkaar in de doeltaal communiceren. De afwisseling die zo geboden wordt, kunnen de deelnemers leuker vinden. Daarnaast zijn groepscursussen efficiënt doordat tegelijk meerdere medewerkers worden getraind en de groep op vrijwel hetzelfde kennisniveau komt. Ook is een groepscursus wat minder intensief (wat minder zwaar) voor de cursist dan een individuele taalcursus.
Minpunten individuele cursus
Bij een individuele taalcursus kunnen discussies en rollenspellen alleen worden gevoerd en gedaan met de taaldocent. Omdat er geen interactie met andere cursisten is, kan het geleerde niet worden geoefend in de groep. Ook is er geen groepsdynamiek waardoor het niet mogelijk is om te leren van foutjes van andere cursisten. De intensievere leerbenadering van een individuele taalcursus is ook behoorlijk intensief (zwaarder) voor de deelnemer.
Minpunten groepscursus
In een groepscursus is minder aandacht voor de individu en kunnen de cursisten iets sneller afgeleid zijn. Daardoor ligt het rendement wat lager. Door de groepen wat kleiner te houden (bijvoorbeeld minigroepen), kan dit deels worden ondervangen. Een groepscursus kan eveneens minder goed op individuele leerstijlen van cursisten afgestemd worden. Een bijkomstig minpunt van een groepscursus is dat de planning minder goed afgestemd kan worden op de agenda van de individuele cursisten.
Pluspunten
Individuele cursus in één oogopslag
hoogste rendement & flexibiliteit, kortste traject afgestemd op individuele leerstijl inhoud perfect afgestemd op individuele behoefte afgestemd op niveau & aandachtsgebieden cursist afgestemd op agenda cursist
Minpunten
Individuele cursus in één oogopslag
geen interactie met andere cursisten vrij intensief voor de cursist geen groepsdynamiek
Pluspunten
Groepscursus in één oogopslag
interactie met andere cursisten groepsdynamiek wordt als prettiger ervaren groep komt op hetzelfde kennisniveau efficiënt meerdere medewerkers tegelijk trainen minder intensief dan individuele cursus
Minpunten
Groepscursus in één oogopslag
iets minder aandacht voor individuele cursist minder afgestemd op individuele leerstijlen minder afgestemd op agenda cursisten
Ontdek onze mogelijkheden voor taalcursussen
Verschillende soorten cursussen voor elk niveau
Dagnall Taleninstituut geeft cursussen voor zowel beginners, halfgevorderden als gevorderden. Niet iedereen kan een talencentrum bezoeken. Daarom verzorgt Dagnall Talen de taaltrainingen eveneens incompany en online. Bij Taleninstituut Dagnall kiezen taalleerders bijvoorbeeld voor een intensieve of semi-intensieve
cursus, een spoedcursus of een opfriscursus of een cursus zakelijk Nederlands, Engels, Duits, Frans en Spaans of een cursus spreekvaardigheid of telefoontraining. Het combineren van deze trainingen is uiteraard ook mogelijk. Dagnall staat voor (betaalbaar) maatwerk!
Bij taalvaardigheid wordt onderscheid gemaakt tussen kennen maar vooral ook op de ontwikkeling van kennen naar kunnen (toepassen door te oefenen). Door het accent te verschuiven van kennen naar kunnen, kunnen deelnemers aan het einde van de taaltraining in Den Haag de opgedane kennis sneller actief toepassen in de praktijk.
Al gauw doet u uw inkopen in de nieuwe taal. Dagnall brengt taalkennis tot leven!
De audiolinguale methode was reeds in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw in Amerika en Engeland ontwikkeld, onder meer door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, moesten de (Amerikaanse) soldaten de elementaire verbale communicatieve vaardigheden leren. Vanwege de invloed van het leger werd deze audiolinguale methode soms de ‘legermethode’ genoemd.
Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)
De audiolinguale methode kun je beschouwen als een antwoord op de grammatica-vertaalmethode. Het was nieuw dat de les geheel plaatsvond in de doeltaal. De belangrijkste vaardigheden zijn luisteren en spreken en grammaticale structuur worden geleerd door middel van mondelinge structuuroefeningen. Het doel is vrijwel zonder fouten leren verstaan en spreken, wat begint bij iemand leren naspreken. Herhaling is het middel hiervoor; er wordt gewerkt met driloefeningen om zinnen en structuren goed aan te leren, zodat reacties spontaan en automatisch worden. De taaldocent kan een zin bijvoorbeeld tien maal herhalen en vervolgens een extra woord toevoegen. Bij de audiolinguale methode wordt veel gewerkt in zogeheten talenpractica, waar lerenden een koptelefoon op hebben en zinnen beluisteren en nazeggen. De geschreven taal wordt pas behandeld wanneer de mondelinge taal al vertrouwd is. Er worden wel afbeeldingen gebruikt om nieuwe woorden te introduceren.
Populariteit
De methode werd in ons land pas geïntroduceerd rond het jaar 1970 toen de Mammoetwet van kracht werd. Er kwamen al snel bezwaren tegen deze saaie driloefeningen. Af en toe haperde de techniek. De talenpractica raakten hierdoor vrij gauw in onbruik. In plaats van de talenpractica werden de mondelinge structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Leerboekenschrijvers namen de markt weer over en boden weer expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode wel sporen na. Het was nu alom aanvaard dat het bij een taal leren niet om het memoriseren van de grammaticaregels gaat, maar om de toepassing ervan. De luistervaardigheid, die vóór 1970 voor het merendeel van docenten niet bestond, was ontdekt.
Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method
De audiolinguale methode is effectief voor beginnende studenten. Direct van het begin wordt een juiste uitspraak aangeleerd. De audiolinguale methode is een docentgestuurde methode en en biedt daardoor een snelle en efficiënte overdracht van kennis. Ook voor grote(re) groepen is deze methode geschikt.
Tevens is de docentgestuurde kant een nadeel; eigen input wordt niet van de lerenden verlangd, waardoor het gevaar van enige passiviteit en onvoldoende betrokkenheid en motivatie op de loer ligt. Een ander bezwaar van de audiolinguale methode is dat de driloefeningen niet zo gemakkelijk zijn om te zetten in levend taalgebruik.
GoldList Method (GLM)
Bedacht door wie en wanneer
Polyglot David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey ontwikkelde de GoldList Method (‘gouden lijst-methode’).
Kenmerken van de GoldList Method (GLM)
Deze GoldList Method is een leermethode om woorden of zinnen in een vreemde taal te leren op een zodanige wijze dat ze worden opgeslagen in het langetermijngeheugen. Deze methode werkt aan de hand van zelfgeschreven woordenlijsten die herhaald worden na verloop van tijd. Deze zinnen of woorden van de woordenlijst worden hardop gelezen door de lerenden. Het idee is niet om de woorden en/of zinnen en zinnen uit het hoofd te leren, maar dit eigenlijk gebeurt automatisch door blootstelling. De woordenlijst wordt telkens bijgewerkt; woorden die aangeleerd zijn, gaan van de woordenlijst af. De woorden die nog altijd problemen opleveren, blijven op de lijst staan.
Populariteit
Aanhangers van de GoldList Method claimen dat deze zinnen of woorden in de vreemde taal spontaan in het langetermijngeheugen van de student terechtkomen, iets dat door veel geheugenwetenschappers wordt bestreden. In het algemeen wordt kennis onthouden wanneer deze kennis ook betekenisvol en relevant is voor de student. De GoldList-methode kan werken voor woorden die relevant en van betekenis zijn voor de student.
Voor- en nadelen van de GoldList Method
Bij lerenden die het fijn vinden om bijvoorbeeld Post-its® te gebruiken als geheugensteuntje, kan deze GoldList-methode werken. Omdat het fysieke gedeelte van het geheugen door het schrijven aangesproken wordt en meewerkt, functioneert het met de hand schrijven effectiever dan typen of, redelijk zinloos: een fotootje maken. Een minpunt van deze leermethode is het ontbreken van context. Taal is veel meer dan een reeks losse woorden en/of zinnen. De methode is daarnaast bijzonder tijdrovend; er moeten steeds met de hand geschreven lijsten worden aangelegd.
De Natural Method
Bedacht door wie en wanneer
De Natural Method, ook de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genoemd, is door de Amerikanen Tracy Terrell en Stephen Krashen in 1983 ontwikkeld.
Kenmerken van de Natural Method
De Natural Method is op een natuurlijke wijze van taalverwerving gericht. Op de manier waarop iemand als kind zijn of haar moedertaal leerde spreken, probeert de leermethode de vreemde taal te leren. De taalregels van de vreemde taal leert men eveneens onbewust op die manier. Alleen de doeltaal wordt hiervoor gebruikt met de nodige visuele hulpmiddelen. Het streven is een stressvrije leeromgeving. Een grote hoeveelheid begrijpelijke input wordt aan de studenten blootgesteld. De taalproductie mag spontaan ontstaan en wordt niet geforceerd. De nadruk ligt op communicatie en niet zo zeer op het corrigeren van vormfouten en expliciete grammatica.
Als de student in de te leren taal wordt ondergedompeld, werkt de methode het meest effectief. De leeractiviteiten die in de vreemde taal worden aangeboden, dienen stimulerend te zijn, om te zorgen dat de lerenden plezier van de ervaring hebben.
De Natural Method heeft vrij veel overeenkomsten met de Directe Methode. Het idee van natuurlijke taalverwerving is het uitgangspunt van beide methoden; het verschil tussen deze twee leermethoden is dat bij de Directe Methode meer nadruk wordt gelegd op de praktijk en bij de Natural Method meer op de blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.
Populariteit
Het feit dat onderdompeling zeer effectief is, is al veelvuldig aangetoond. Doordat de natuurlijke aanpak betrekkelijk eenvoudig is om te begrijpen, is de methode een populaire manier van lesgeven onder taaltrainers. Maar er is ook kritiek op de natuurlijke aanpak. De leermethode richt zich vooral op het impliciet leren van de grammatica. De student zou weliswaar leren om te communiceren, maar blijven steken in een wat gebrekkige, vereenvoudigde versie van de taal door ontoereikende kennis van de grammatica van de te leren taal.
Voor- en nadelen van de Natural Method
Het wordt als prettig ervaren om op een natuurlijke manier een taal aan te leren. Lerenden krijgen de mogelijkheid een persoonlijke band met de taal op te bouwen. Het geleerde beklijft voor een langere tijd, doordat studenten niet ‘uit het hoofd hoeven te leren’.
Doordat er vrijwel geen druk op de taalproductie ligt, kan het nadeel zijn dat het langer duurt voor er resultaten geboekt worden. Ook bereidt de methode studenten niet per se voor op een bepaald examen.
Structurele Aanpak
Bedacht door wie en wanneer
De Structural Approach (afgekort SA) ofwel de ‘Structurele Aanpak’ is door de Amerikaanse taaldocent Charles en Robert Lado ontwikkeld in de jaren 50.
Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)
De Structurele Aanpak is een taalverwervingsmethode met als doel de student vertrouwd te laten raken met de fonologische en grammaticale structuren van de doeltaal. Het beheersen van deze structuren levert volgens de methode meer op dan de verwerving van woordenschat van de nieuwe taal. Bij de methode gaat het om het kunnen herkennen en toepassen van vaste samenstellingen van woorden en woordgroepen in de juiste woordvolgorde. Deze combinaties worden aangeboden aan de student in reële situaties met behulp van visualisatie, gezichtsuitdrukking, dramatisering en handelingen. De structuren die in de praktijk het meest in de doeltaal worden gebruikt, worden eerst aan de taallerende aangeboden. De mondelinge vaardigheden (de luistervaardigheden en de spreekvaardigheden) worden hier in eerste instantie bij gebruikt; de leesvaardigheden en de schrijfvaardigheden volgen hieruit. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheden (spreken en schrijven), krijgt de grammatica een belangrijke plek. Andere namen voor de Structurele Aanpak zijn de Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering).
Populariteit
De Structurele Aanpak werd in de jaren vóór 1970 op vrij grote schaal ingezet om Engels te leren in Engelssprekende landen, voormalige Britse koloniën en in Maleisië.
Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak
Het voordeel van een structurele aanpak is dat de studenten de taal op een nauwkeurige manier geleerd wordt. Studenten krijgen inzicht in de grammatica van de taal en ze leren in welke situatie woorden en woordcombinaties wel of niet passend zijn voor de situatie. De SA gebruikt de taal van alle dag. Nadelen heeft de Structural Approach ook. Deze methodiek kost tamelijk veel tijd en zorgt niet direct voor een succeservaring. De eigen inbreng van de studenten is beperkt; het is niet echt creatief.
Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)
Bedacht door wie en wanneer
Het communicatief Taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT), ook ‘De Communicatieve benadering’ (Engels: Communicative Approach; CA) genoemd, ontstond in de jaren 60 van de vorige eeuw onder invloed van ideeën van taalkundige Noam Chomsky, die de nadruk op competenties bij het leren van vreemde talen legde. Amerikaans taalkundige Dell Hymes was de grondlegger in het jaar 1966 van het concept communicatieve vaardigheden.
Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)
Het communicatief talenonderwijs is gestoeld op de visie dat interactie de uiteindelijke doelstelling is van het leren van een vreemde taal.
De studenten leren middels de CLT-technieken de vreemde taal in de praktijk te brengen door de interactie met elkaar en de docent. Authentieke teksten in de doeltaal of ander materiaal uit de werkomgeving of het dagelijks leven worden gebruikt. Zowel tijdens als buiten de les wordt de doeltaal gebruikt.
Studenten praten over persoonlijke gebeurtenissen met medestudenten en taaldocenten dragen onderwerpen aan buiten het domein van de traditionele grammatica, om de taalvaardigheid in allerlei soorten realistische situaties te oefenen. De grammatica leren studenten inductief, dit betekent aan de hand van de praktijk, waaruit de regel volgt.
Bij het communicatief taalonderwijs zijn docenten echt trainers, die studenten helpen in de doeltaal te communiceren.
Populariteit
In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd het communicatief taalonderwijs erg populair, gedeeltelijk doordat de traditionele taalonderwijsmethodes niet erg succesvol bleken. Binnen een verenigd Europa ontstond meer behoefte om talen te leren op een meteen toepasbare manier.
Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs
Het communicatief taalonderwijs heeft veel pluspunten. Studenten ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in de te leren taal; deze methode van leren is studentgericht en functioneel. Door het gebruik van authentieke materiaal, leren studenten de woorden die voor hen nodig zijn. De methode is efficiënt. Voor de lerende werkt het stimulerend, omdat hij of zij snel succes ervaart. Er mogen fouten worden gemaakt; de taalvaardigheden wordt al doende geleerd en geperfectioneerd. Een keerzijde van de communicatieve benadering is dat er minder aandacht wordt besteed voor grammatica, woordenschat die niet direct toepasbaar is en uitspraak. De voorbereiding en de planning vereist veel meer tijd van de docent en van studenten vraagt het een actieve deelname. Deze manier van een taal leren, is voor sommige studenten lastig of afwijkend, afhankelijk van welke achtergrond zij hebben. Communicatief taalonderwijs (CLT) traint taalvaardigheden; daarbij gaat het vooral om de functie en minder om de vorm en het biedt als zodanig geen samenhangend geheel.
In de 18de en de 19de eeuw was taalonderwijs vooral gefocust op praktisch taalgebruik. Men leerde om gebruiksklare zinnetjes, idiomatische uitdrukkingen, dialogen, woordenlijsten enzovoort na te spreken, uit het hoofd te leren en daarna vervolgens op te zeggen. Dit werd anders gedaan door een Duitse docent Frans en Italiaans en eveneens leerboekenschrijver; Johann Valentin Meidinger. Meidinger ontwikkelde rond het jaar 1783 een leermethode waarbij de grammatica centraal stond. Meidinger wordt gezien als de grondlegger van de zogenaamde grammatica-vertaalmethode (In het Engels: Grammar-Translation Method, afgekort GTM).
Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)
Deze methode was op het onderwijs in het Latijn gestoeld; de taal van de wetenschap, cultuur en religie. Onderwijs in Latijn was uiteraard op geschreven teksten van klassieke schrijvers gericht en geheel op de grammatica en het vertalen gericht. Dat werd destijds als een degelijke en wetenschappelijke aanpak beschouwd. De Grammatica-vertaalmethode gaat van de analyse van taalstructuren en taalvormen uit waarbij lerenden inzicht ontwikkelen. Bij de Grammatica-vertaalmethode zijn de lees- en schrijfvaardigheid dus belangrijk. Literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten in de vreemde taal hebben de nadruk. De taaltrainer draagt de kennis over, de student memoriseert.
Populariteit
De grammatica-/vertaalmethode is tot recente datum van grote invloed geweest op het taalonderwijs, ondanks dat reeds vanaf halverwege de negentiende eeuw ook tegengeluiden te horen waren.
Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode
De methode biedt een aardige mentale training aan personen die het een uitdaging vinden om dingen uit het hoofd te leren. Ook biedt de methode inzicht in de structuur, doordat de nadruk op de grammatica wordt gelegd.
De methode kent echter meer nadelen dan voordelen. Het grootste nadeel is dat de spreek- en luistervaardigheid ver achterblijft, waardoor de taal zelfs na jaren studeren nauwelijks mondeling kan worden toegepast. De methode staat ver af van het dagelijks gebruik van de taal, ook in de context die aangeboden wordt, omdat het over het algemeen om literair taalgebruik gaat. Bij het leren in groepen biedt de methode niet de mogelijkheid tot een eigen creatief proces of tot differentiatie bij de studentenn. De studenten zijn alleen toehoorders en uitvoerders.
Onderdompeling (Engels: immersion)
Bedacht door wie en wanneer
Onderdompeling (Engelse naam: language immersion) wordt over de hele wereld gebruikt sinds de jaren 70, en dan met name op de middelbare school waarbij een schoolvak (zoals wiskunde) wordt gegeven in een vreemde taal. In Nederland is ‘onderdompeling’ ook wel bekend als de methode die gebruikt wordt bij bijvoorbeeld Taleninstituut Regina Coeli in Vught, ook wel ‘de nonnen van Vught’ of liefkozend ‘de nonnetjes (van Vught)’ genoemd. De leermethode is daar ontstaan in 1963 met Franse nonnen die taalles Frans onderwezen aan rijke dames uit Vught.
Kenmerken van onderdompeling
De methode van onderdompeling zorgt ervoor dat degenen die de taal leren, direct vanaf het begin door de nieuwe taal is omgeven. Alle instructies vinden in de doeltaal plaats; eerst langzaam en met veel herhalingen, later op een natuurlijkere manier. Vanaf het begin wordt de student ook uitgedaagd om in de nieuwe taal te spreken. De methode werkt met rollenspellen en simulaties. Op scholen die met onderdompeling werken, wordt de omgeving vaak in de stijl van het land van de doeltaal ingericht om een situatie te creëren alsof de lerenden in het land zijn waar de te leren taal gesproken wordt. De studenten oefenen één-op-één of in kleine groepen met spreken. Een andere manier om een taal te leren door middel van onderdompeling, is te reizen naar het land van de vreemde taal en daar bijvoorbeeld te verblijven in een gastgezin.
Populariteit
De methode van onderdompeling wordt gezien als een zeer goede leermethode voor vreemde talen. Vooral de mondelinge taalvaardigheid kan met de methode van onderdompeling zeer goed worden ontwikkeld.
Voor- en nadelen van onderdompeling
Omdat de methode vrij intensief is, is het grote voordeel dat met deze methode snel resultaat wordt geboekt. Het is een kwestie van ‘sink or swim’, de student moet daadwerkelijk gaan communiceren in de nieuwe taal want hij of zij wordt erdoor omgeven. Feitelijk is de student 24 uur per dag aan het leren. De sociale interactie wordt versterkt door het samen oefenen in groepsverband. Dit wordt door studenten als motiverend ervaren.
Een nadeel is dat het bereikte resultaat niet altijd wordt vastgehouden. Als studenten in een vrij korte tijd een nieuwe taal leren, door in het land van de doeltaal te zijn of door te zijn ondergedompeld in een kunstmatig gecreëerde omgeving, maar vervolgens weer tot de orde van de dag overgaan, is de kans groot dat het nieuw geleerde snel weer wegzakt. Een bijkomend nadeel van de methode kan zijn dat een dergelijke training erg intensief is. Niet alle lerenden hebben de conditie om deze wijze van leren vol te houden.
Suggestopedie (Suggestopedia)
Bedacht door wie en wanneer
Suggestopedia is een (taal)leermethode uit de jaren 70 van de vorige eeuw. Deze leermethode is ontwikkeld door de Bulgaarse psychotherapeut Georgi Lozanov.
Kenmerken van Suggestopedie
Suggestopedia is op de kracht van de suggestie gebaseerd. Positieve suggestie is volgens Lozanov een voorwaarde om (een vreemde taal) te kunnen leren. Een ontspannen sfeer en een wederzijds vertrouwen tussen de student en de trainer zijn hiervoor essentieel. Hiervoor is de voorwaarde dat de studenten zich veilig en ontspannen voelen. Om dit te bereiken, waren lesloken met rijopstellingen ongeschikt. Studenten zaten in comfortabele stoelen tijdens de lessen die in een halve cirkel gezet waren en er was altijd muziek tijdens de klas. De leermethodiek die Lozanov voorstond, bestond uit verschillende teksten voorlezen, terwijl klassieke muziek werd gespeeld of natuurgeluiden te horen waren op de achtergrond. Bij de teksten waren lijsten met woorden alsook opmerkingen over de grammatica van de doeltaal. Er werd met veel expressies in stem alsook gebaren voorgelezen. Op deze manier werden lerenden uitgenodigd om te luisteren en ze konden de woorden die nieuw waren, gemakkelijk begrijpen en opnemen. Voor cultuur en kennis over het land van de vreemde taal was veel aandacht tijdens de lessen. Er werd met rollenspellen gewerkt en er werden bijvoorbeeld eveneens streekgerechten gemaakt en geproefd.
Populariteit
De leerleermethode Suggestopedie was omstreden en is niet heel bekend meer. Sommige elementen van de methode zoals het gebruikmaken van stemexpressie en gebaren bij het lezen van teksten, worden nog steeds gebruikt.
Voor- en nadelen van Suggestopedie
Suggestopedia creëert een veilige en ontspannen sfeer in de les. Hierdoor hebben de lerenden minder last zullen van faalangst of frustratie. Voor nieuwkomers kan deze gemoedelijke sfeer bijdragen aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland. Vaak werkt muziek motiverend en draagt aan betere leerprestaties bij. Dat de lerende wordt gestimuleerd om zich in te leven in de situatie en actief mee te doen, wat voor sommigen een nieuwe ervaring is, is een bijkomend voordeel van de leermethode. Voor sommigen is dit tegelijk een nadeel, omdat niet iedere student hiertoe in staat is. Daarnaast kan muziek bij sommige studenten eerder afleiden en verstorend zijn in tegenstelling tot ontspannend of stimulerend. Een andere zwakke zijde is dat de verhouding taaldocent-lerende niet gelijkwaardig is; alle input komt van de taaldocent waarbij de lerende altijd de ontvangende partij is.
Community Language Learning (CLL)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse priester en psycholoog Charles A. Curran ontwikkelde Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning of afgekort CLL genoemd, in 1976.
Kenmerken van Community Language Learning (CLL)
Community Language Learning is een methode om een taal te verwerven waarbij lerenden samenwerken om te bepalen welke aspecten van de taal zij willen leren. De CLL methode is gestoeld op de counseling-benadering waarbij de taaltrainer optreedt als een counselor die de zinnen van de lerenden kenschetst. De studenten starten een gesprek. Zijn de lerenden de taal nog niet voldoende machtig, dan spreken de lerenden in hun moedertaal. De docent geeft uitleg en vertaalt, waarna de lerenden de uitingen van de docent zo goed mogelijk herhalen. Het gesprek wordt opgenomen om opnieuw te kunnen beluisteren.
Community Language Learning stimuleert het gemeenschapsgevoel in de leergroep en de methode ziet de interactie tussen de studenten onderling als middel om te leren. Een lesboek wordt niet gevolgd; de lerenden bepalen zelf de inhoud van de les middels betekenisvolle gesprekken.
Populariteit
Of CLL succesvol is, is in hoge mate afhankelijk van de expertise van de trainer-counselor. De trainer dient naast sociaal-cultureel kundig eveneens taalkundig te zijn onderlegd. Deze taaltrainer dient zowel de vreemde taal als de moedertaal van de lerende uitstekend te beheersen om de taaluitingen van de lerende te kunnen vertalen. Deze methode kan prima werken wanneer deze op de juiste wijze wordt gebruikt. Voor grote klassen is deze methode niet geschikt.
Voor- en nadelen van Community Language Learning
CLL biedt voor studenten veel autonomie. Het analyseren van hun eigen gesprekken vinden de lerenden vaak zinvol. De leergroep wordt vaak heel hecht, niet alleen tijdens de lessen, maar eveneens daarbuiten. Met CLL worden lerenden zich veel meer bewust van de groepsgenoten, de sterke en zwakke punten en leren als team samen te werken. Van het bespreken door de fouten en het evalueren van de lessen leren studenten veel. Dergelijke correcties blijven vaak in het geheugen gegrift en worden zo deel van de actieve woordenschat van de studenten.
Dat de trainer niet sturend is, ondanks dat een aantal studenten wel sturing nodig heeft, kan een nadeel zijn. Er wordt geen lesboek gebruikt en ook geen toetsen afgenomen. Het succes van de lessen is hierdoor lastig te meten. Een aantal studenten wordt geremd in hun spreken wanneer zij opgenomen worden.
De Lexicografische benadering (Engelse naam: Lexical Approach; LA) is een methode om talen te leren die door Michael Lewis in de vroege jaren 90 van de vorige eeuw is ontwikkeld.
Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)
Deze benadering gaat uit van het idee dat een belangrijk deel van het leren van een taal bestaat uit het begrijpen en produceren van zogenaamde ‘lexicale eenheden’, brokjes taal die bestaan uit woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Studenten verwerven al doende inzicht in patronen van de taal (de grammatica) en betekenisvolle groepen woorden. Zo leren ze de taal ‘in het echt’ gebruikt wordt. In deze benadering is de woordenschat belangrijker dan de grammatica. Instructies zijn op situaties en uitdrukkingen die regelmatig voorkomen in dialoog gericht. Voor interactie is aandacht maar eveneens voor i>exposure; voor de receptieve vaardigheden van de lerende (luisteren en begrijpen, lezen en begrijpen). Er wordt veel mogelijkheid geboden voor het zelfstandig ontdekken van de taal.
Het is de taak van de docent om te zorgen voor voldoende input en het faciliteren van het leertraject van de student.
Populariteit
De leerboeken zijn duidelijk anders geworden in de laatste drie decennia door (onder andere) de ideeën over taal van Michael Lewis. Er wordt veel meer aandacht aan woordenschat besteed die in zogenaamde chunks wordt aangeboden, in betekenisvolle brokjes. Iets waarnaar Michael Lewis streefde; de ingrijpende wending in de manier waarop een vreemde taal wordt onderwezen, bleef echter uit.
Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering
Door het werken met ‘chunks’ (brokjes vreemde taal); met ‘echte’ taal, leren lerenden op een heel natuurlijke manier de vreemde taal te gebruiken. Zo ontstaat souplesse in het taalgebruik.
Het minpunt van de methode is dat de werkelijkheid altijd weer anders is dan de aangeleerde taalsituaties. Een aantal studenten heeft meer aan een taaldocent die hen wegwijs maakt, dan aan een docent-facilitator omdat deze studenten meer moeite hebben om de patronen van de taal zelf te leren herkennen.
Series Method
Bedacht door wie en wanneer
De Series method, ofwel ‘seriemethode van taalverwerving’ (Frans: La Méthode naturelle) is door de Franse leraar François Gouin in 1880 ontwikkeld.
Kenmerken van de Series Method
Een serie van verbonden zinnen die gemakkelijk te begrijpen zijn en weinig kennis van de grammatica vereisen, is het uitgangspunt van de seriemethode (The Series Method of language acquisition) van François Gouin. Studenten leren zinnetjes op basis van een actie, zoals het huis verlaten in de volgorde waarin deze actie zou worden uitgevoerd. Deze series of reeksen behandelden onderwerpen als de mens in de samenleving, het leven in de natuur, wetenschap en beroep, ontwikkeld vanuit het onderscheid tussen objectieve, subjectieve en figuurlijke taal. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. Het betreft een soort eentalige leermethode, die niet uitgaat van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ maar van ‘demonstreren’ en ‘handelen’, waardoor lerenden snel in de doeltaal leren denken.
Populariteit
De principes van Gouin over het leren van een vreemde taal waren hun tijd ver vooruit. Ondanks dat het een afwijkende aanpak was, was de seriemethode van François Gouin gedurende een bepaalde periode een succes. De Directe Methode van Berlitz overschaduwde de leermethode van François Gouin echter.
Voor- en nadelen van de Series Method
Door de Series method van Gouin worden de mondelinge vaardigheden goed ontwikkeld en het zorgt voor het creëren van een natuurlijke, harmonieuze en gelijkwaardige sfeer in de lessen.
De leermethode garandeert een levendige manier van lesgeven. Dit type taalonderwijs wekt het enthousiasme op van de lerenden doordat het gebruikmaakt van visueel leermateriaal, bijvoorbeeld afbeeldingen, grafieken, en dergelijke. Een nieuwe taal leren werd tastbaar; iets wat geheel nieuw was. De leermethode maakt studenten nieuwsgierig, dit werkt goed om het leergeheugen te helpen ontwikkelen, prestatiedruk te verlagen alsook het zelfvertrouwen te verhogen. De methode van François Gouin stimuleert de communicatieve competenties van de studenten sterk.
De seriemethode van Gouin heeft echter als nadeel dat taal die wat meer subjectief of abstract wordt, lastig in één duidelijke ervaring kan worden gevangen met beweging en expressie. De bewerkelijkheid voor de docent, die tenslotte een scala aan series dient voor te bereiden, is een ander minpunt. Ten derde focust de Gouin-seriemethode vooral op mondelinge taalgebruik, terwijl het reguliere onderwijssysteem nog meestal draait om examens die de lees- en schrijfvaardigheid toetsen.
Task-Based Language Teaching (TBLT)
Bedacht door wie en wanneer
Taakgericht taalonderwijs (Engels: Task-Based Language Teaching) is ontwikkeld in de jaren 80 van de vorige eeuw. De grondleggers van deze methode zijn de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Michael H. Long en Graham V. Crookes.
Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)
Taakgericht taalonderwijs past binnen een Communicatieve Benadering/het Communicatief Taalonderwijs. De visie erachter is dat het verwerven van de vreemde taal geen op zichzelf staand doel, maar een middel om specifieke taken uit te kunnen voeren. Lerenden krijgen motiverende taken aangeboden. Hiervoor is taalkennis vereist. Om deze taken goed uit te kunnen voeren, dienen zij over woordenschat en regels van de doeltaal te beschikken. De taken zijn zaken uit het dagelijks leven, bijvoorbeeld een boodschap doen, een e-mail schrijven, bellen met een klantenservice, de krant lezen of een drankje bestellen. De taak wordt in drie verschillende fasen verdeeld: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de studenten zich eerst voorbereiden op de taak, de opdracht vervolgens uitvoeren en tot slot hierop terugblikken. Studenten moeten samenwerken om de opdrachten uit te kunnen voeren. Om leereffect te hebben, moeten de opdrachten net boven het niveau van de lerende liggen.
Populariteit
Taakgericht onderwijs is vanaf de vroege jaren 90 zeer populair geworden, zeker in het taalonderwijs. Het lijkt de meest praktisch bruikbare vorm te zijn voor het verbeteren van de taalvaardigheden bij de studenten (hoofdzakelijk de studenten met een achterstand) in het lager en secundair onderwijs.
Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching
Taakgericht taalonderwijs biedt duidelijke voordelen. Het taakgericht taalonderwijs is een activerende werkvorm, waarbij de lerenden worden uitgedaagd om hun taalvaardigheden te gaan gebruiken. Het is een op de persoon gerichte, relevante en efficiënte aanpak, zolang de taak goed bij de lerenden aansluit. De student komt op een natuurlijke, dagelijkse manier in aanraking met de doeltaal en leert zo authentieke woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Daarnaast leren studenten om met andere studenten samen te werken. Lerenden ervaren taakgericht taalonderwijs als motiverend en prettig.
Als keerzijde kan gezien worden dat de communicatie voorop staat en niet de correcte vorm, waardoor studenten die niet heel nauwkeurig leren.
De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)
Bedacht door wie en wanneer
Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse docententrainer en taalkundige op het gebied van Engels taalonderwijs bedacht Dogme Language Teaching/Dogme ELT (de ‘Dogmabenadering’) in het jaar 2000.
Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)
De inspiratie voor Dogme Language Teaching was ‘Dogme 95’; de beweging uit 1995 van een groep van filmmakers uit Denemarken waaronder filmregisseur Lars von Trier. Voor het filmmaken, confirmeren de deelnemers zich aan 10 strenge regels (10 dogma’s). Deze 10 regels vormen samen ‘de eed van zuiverheid’ (Deens: kyskhedsløfter; Engels: Vows of Chastity). Het Dogme-taalonderwijs werkt op een vergelijkbare wijze. De aanhangers van deze methode zoeken naar een vorm van communicatief onderwijs van vreemde talen die niet is belast door voorgedrukt materiaal. Het doeleinde van de Dogme-methode is het beginnen van echte inhoudelijke conversaties die over praktische zaken gaan, waarbij het om communicatie draait als de inspirator van een taal leren. Daarom is de Dogme-benadering een communicatieve werkwijze voor taalonderwijs, die taal wil onderwijzen zonder lesboeken te gebruiken of overig lesmateriaal en zich in plaats daarvan richt op de communicatie tussen de studenten en de taaldocent. Het Dogme-taalonderwijs heeft, net zoals de Dogme-beweging van de filmmakers, tien uitgangspunten (dogma’s).
Populariteit
Ondanks dat er weinig onderzoek naar het succes van Dogme is geweest, gaat Scott Thornbury ervan uit dat de parallellen met het taakgericht leren van talen suggereren dat Dogme waarschijnlijk leidt tot vergelijkbare resultaten.
Voor- en nadelen van de Dogme benadering
Dat er vrijwel geen voorbereiding is vereist, is een positieve bijkomstigheid voor de docent. Dat de student verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen leerproces, kan erg motiverend werken. Zo zijn de taallessen nooit voorspelbaar; dit creëert spontane communicatie en verveling krijgt geen kans. Zo goed als elk item kan worden besproken in een taalles volgens de Dogme-benadering. Dit zorgt ervoor dat de studenten betrokken en alert blijven.
Daartegenover staat dat de studenten zich iets minder op hun gemak kunnen voelen als ze zo weinig door de docent bij de hand genomen worden. Ook is niet elke taaltrainer voldoende flexibel voor dit type onderwijs. Dat de lerenden zich vaak op een bepaald examen moeten voorbereiden en het niet zeker is dat de hiervoor benodigde stof wordt behandeld in de les, kan een bijkomend nadeel zijn.
Growing Participator Approach (GPA)
Bedacht door wie en wanneer
The Growing Participator Approach (GPA) is ontwikkeld door Language consultants Angela en Greg Thomson in het jaar 2007.
Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)
Deze GPA-methode geldt als een alternatieve kijk op het leren van een nieuwe taal. Het primaire uitgangspunt van deze leermethode is dat taal en cultuur niet los van elkaar kunnen worden gezien. Bij GPA gaat het om veel meer dan alleen het verwerven van de taal; het uiteindelijke doel om tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur uit te groeien. Daarom gebruikt GPA de benaming ‘groeiende deelnemer’ in plaats van ‘taallerende’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘leraar of docent’. De GPA heeft gelijkenissen met, en is gedeeltelijk gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.
De methode kent zes fasen van activiteiten. De lerende met een verzorger uit de gastcultuur voeren de activiteiten uit. Begrip is belangrijker dan productie. De woordenschat alsook de cultuur krijgen de nadruk. Fase 1 van de methode is de zogenaamde hier-en-nu-fase. Deze fase duurt ongeveer 100 uur. In deze fase 1 concentreert de ‘groeiende deelnemer’ zich op het luisteren en het geven van non-verbale feedback.
Fase 2 van de methode van de leermethode is de verhaalopbouwfase. Deze duurt ongeveer 150 uur en nu beginnen de deelnemers de vreemde taal ook te produceren. In fase 3 van de leermethode ligt de nadruk op zogenaamde ‘gedeelde verhalen’. ‘Gedeelde verhalen’ zijn verhalen over dagelijkse gebeurtenissen, verhalen die tussen culturen worden gedeeld en verhalen over gedeelde ervaringen. Fase 4 van de methode is de fase van het ‘diepe delen’. De deelnemer en de verzorger beginnen nu diepere gesprekken te voeren over het leven in de ontvangende cultuur. In fase 5 van de leermethode begint de deelnemer zich te richten op taalgebruik van de moedertaalsprekers door middel van films, televisie, nieuws en literatuur. Ook de taal die is vereist voor het werk wordt geleerd. Fase 6 van de methode is de ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase heeft geen eindpunt. Hierbij gaat het om groei naast de formele taalsessies.
Populariteit
Er is nog niet veel bekend over het succes omdat de methode van Thomson nog vrij nieuw is. Deelnemers zijn vrij enthousiast over de leermethode.
Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach
Met GPA wordt een duidelijk inzicht op het proces van taalverwerving geboden. Deze zes fasen van de leermethode bieden realistische doelen en een duidelijk tijdsschema. Er wordt door de lerende niet alleen kennis verworven van de taal, maar eveneens van de omgeving en de lerende verwerft daarnaast een nieuw sociaal netwerk.
Dat voor elke deelnemer of elke groepje deelnemers een ‘verzorger’ moet worden gevonden die veel tijd wil investeren, is een minpunt van deze methode.
Shadowing Technique
Bedacht door wie en wanneer
De Shadowing technique of kortweg Shadowing (‘schaduwen’) is bedacht in de vroege jaren 2000 door Alexander Argüelles; een Amerikaanse taalkundige en polyglot.
Kenmerken van de Shadowing Technique
Shadowing is een methode die studenten zelfstandig kunnen toepassen om de uitspraak en intonatie te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Het is een eenvoudige techniek van Shadowing: de lerende luistert naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en herhaalt wat hij of zij hoort. Het is niet van belang om de tekst in de vreemde taal ook te begrijpen; het gaat in de eerste instantie om de klank. Luisteren en daarna herhalen wordt net zo veel geoefend tot het moment het heel gemakkelijk gaat en de lerende simultaan met de opname kan spreken. De lerenden gebruiken na enige tijd een transcript om te kunnen lezen (en te begrijpen) wat zij hebben uitgesproken. Zolang er maar dialogen in staan of delen met samenhangende tekst, zijn diverse leerboeken geschikt voor deze methode. De audio-opnames dienen idealiter wat boven het niveau van de lerende te liggen. De ideale lengte is ruwweg één pagina, op een natuurlijke snelheid en zonder kunstmatige pauzes in te lassen. Omdat lichamelijke beweging de opname van de te leren taal in het zenuwstelsel versterkt, doet Alexander Argüelles de aanbeveling om te gaan lopen tijdens het spreken, het liefst in de buitenlucht, en niet te gaan zitten. Dat de lerenden minder gauw worden afgeleid als zij bewegen, waardoor het leren van de taal aanzienlijk effectiever wordt, is een andere reden.
Shadowing heeft veel gemeen met de audiolinguale methode uit de twintigste eeuw, maar het verschil is dat de audiolinguale methode gebruikmaakte van grammaticale driloefeningen in plaats van dialogen of samenhangende tekst. Bij Shadowing is ook simultaan spreken anders.
Populariteit
In de afgelopen jaren is veel onderzoek naar Shadowing gedaan dat aantoont dat de techniek zowel de uitspraak als de luistervaardigheid sterk verbetert. Maar eveneens het algemene begrip van de nieuwe taal wordt vergroot.
Voor- en nadelen van de Shadowing Technique
Shadowing heeft als praktisch pluspunt dat het kan worden toegepast in een groep van lerenden, waarbij elke deelnemer individueel actief leert. Het rendement van Shadowing is hoog.
De Shadowing-techniek heeft als nadeel is dat lerende het soms een beetje saai kan kunnen vinden om dezelfde tekst te blijven herhalen. De keuze van de tekst is dus van groot belang.
Total Physical Response (TPR®)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse psycholoog James Asher ontwikkelde in de jaren zestig van de vorige eeuw de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd.
Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)
TPR® is een methode om talen te leren die op het idee gebaseerd is dat mensen leren door middel van bewegingen en handelingen. Al doende leert men, en wel op de manier zoals kinderen hun moedertaal leren. Ouders geven continu taken aan hun jonge kinderen en belonen hen als ze die taken uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoenen maar aan”, enz.). Het is in de eerste plaats de bedoeling dat het kind begrijpt wat de ouder zegt, in een later stadium gaat het kind verbaal reageren. De luistervaardigheden vormen dus de basis, daarna volgen de spreekvaardigheden.
De methode van TPR® past deze grondslagen van de moedertaalverwerving versneld toe bij het leren van een vreemde taal. De trainer geeft op een vriendelijke en begrijpelijke wijze taken, bijvoorbeeld: “pak het boek” en doet zelf de taken voor; de lerenden doen deze taken na. In het begin wordt nog niet van de studenten verwacht dat zij praten; de studenten geven de opdrachten in een later stadium. Opdrachten die bekend zijn worden verder uitgebreid of gedeeltelijk gewijzigd.
Door het combineren van beweging en spraak, appelleert TPR® aan de beide hersenhelften. Het kost daardoor minder moeite om iets te leren en de geleerde stof beklijft ook beter.
Populariteit
Hoofdzakelijk wordt TPR® gebruikt binnen het NT2-onderwijs (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginners en ook wel bij Engels taalonderwijs op de basisschool. Maar ook middelbare scholieren of volwassenen werken met veel plezier met Total Physical Response en behalen hierbij goede resultaten.
Voor- en nadelen van Total Physical Response
De methode van Total Physical Response heeft veel voordelen. Doordat studenten veel begrijpelijke input krijgen aangeboden in ‘chunks’ (woorden die bij elkaar horen), krijgen zij snel begrip van de nieuwe taal. De methode zorgt voor vlotte succeservaringen. Dit bevordert het plezier in het leren van de nieuwe taal. Dit zorgt voor stressvrij leren. In principe is TPR® bruikbaar voor elk type doelgroep, ongeacht de achtergrond of de leeftijd en kan de leermethodiek ook in wat grotere klassen worden toegepast. De geleerde taal wordt direct opgeslagen in het langetermijngeheugen van de lerende.
Het feit dat niet elke taaluiting in TPR®-opdrachten uit te drukken is, is het nadeel van TPR®. Dit is de reden dat de leermethodiek tot op een bepaald niveau werkt en daarnaast een andere leermethodiek (ter aanvulling) nodig is. De methode is ook niet erg creatief. Studenten leren niet om meningen, gevoelens en ideeën te uiten.
De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)
Bedacht door wie en wanneer
De Duits-Amerikaanse linguïst Maximilian Delphinius Berlitz bedacht eind jaren tachtig van de negentiende eeuw de Directe Methode. Deze methode wordt ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd. De Directe Methode is ontwikkeld als reactie op de dominante grammatica-vertaalmethode.
Kenmerken van de Directe Methode (DM)
Er ontstond een Reformbeweging rond het jaar 1900 met nieuwe ideeën dat het leren zelfontdekkend en inductief moest zijn. De Reformbeweging betrof overigens niet alleen het leren van talen, maar eveneens voeding, natuurgeneeskunde, kleding en naturisme. Rond 1900 streefde men, net zoals in de jaren 60 van de vorige eeuw, naar meer natuurlijke manieren van leven en een bevrijding van keurslijven. Er ontstond in het taalonderwijs veel aandacht voor ‘levende’, gesproken taal. Hierbij werd grammatica meer inductief geleerd, met voorbeeldzinnen. De taalregels moesten studenten hieruit afleiden. Er kwamen veel mondelinge oefeningen met veel aandacht voor de uitspraak van de taal. Studenten werden gestimuleerd veel te praten. Het was ook een nieuw verschijnsel dat de taallessen in de doeltaal werden gegeven. Tijdens de les werd nadrukkelijk niet vertaald. De vocabulaire werd aangeleerd aan de hand van afbeeldingen en voorbeelden. Abstracte vocabulaire werd aangeboden door de studenten zelf om ideeën te laten associëren.
Populariteit
Deze vernieuwingsgolf van begin twintigste eeuw ebde weg, deels onder invloed van de crises en oorlogen, om in de jaren zestig weer een andere vorm te krijgen.
Taleninstituten als Interlingua en Berlitz werken nog altijd met (een moderne vorm van) de Directe Methode.
Voor- en nadelen van de Directe Methode
Dat het een vrij natuurlijke manier is om een vreemde taal te leren, is het belangrijkste voordeel van de Directe Methode. Bij de methode wordt veel aandacht besteed aan luisteren en spreken. Hierdoor ontwikkelen lerenden zelfvertrouwen en vloeiendheid in de vreemde taal. Aan deze leermethode kleven echter ook keerzijden. De methode schenkt nauwelijks aandacht aan de schrijfvaardigheid en ook minder aandacht aan lezen in de vreemde taal. De methode biedt voor meer gevorderde studenten niet genoeg uitdagingen. De Directe Methode is tevens niet heel bruikbaar voor minder snel lerende studenten, omdat deze leermethode is gestoeld op een dynamische inzet vanuit de studenten.
De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)
Bedacht door wie en wanneer
Jean Manesca publiceerde An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”) in 1835. In 2015 ging An oral system of teaching living languages in herdruk.
Kenmerken van de Manesca-methode
De Manesca-methode is gebaseerd op hetzelfde principe als de Natural Approach (‘natuurlijke aanpak’): de beste manier om een taal te leren, is die kinderen hun moedertaal leren. Een vreemde taal leren moet veilig en gemakkelijk zijn. Om die reden wil Manesca niet met abstracte regels en woordenlijstjes werken die uit het hoofd geleerd dienen te worden.
De Manesca-methode geldt als de oudste, bekende, volledige taalcursus. De Manesca-methode is gebaseerd op het werken met een groep van studenten en een taaltrainer, die één nieuw woord tegelijk introduceert. Bij elk woord hoort een bepaalde beweging. De studenten herhalen daarna één voor één het woord en deze beweging. De herhalingen helpen de lerenden deze woorden te onthouden, zonder dat uit het hoofd leren nodig is. De woorden vormen stap voor stap zinnen en weer variaties op de zinnen. Spelling wordt aangeboden in een later stadium met leesteksten.
De methode van Jean Manesca is al een aantal jaren later overgenomen en aangepast door de Duitse grammaticaschrijver en taaldocent Heinrich Gottfried Ollendorff en wordt ook wel de Ollendorff-methode genoemd.
Populariteit
Manesca is twee jaar na publicatie van zijn leermethode overleden. Zijn werk is overgenomen en verder ontwikkeld door anderen, onder wie Ollendorff. Een groot deel van de ideeën van Manesca zijn nog steeds actueel en worden nog steeds toegepast in het moderne vreemdetalenonderwijs.
Voor- en nadelen van de Manesca-methode
De combinatie van spreken en bewegingen maken, waardoor het fysieke geheugen meewerkt en de geleerde stof gemakkelijker en langduriger door de lerenden wordt onthouden, geldt als de sterke kant van de Manesca- of Ollendorff-methode. Het veelvuldige herhalen draagt daar ook aan bij. Dat het wat saai kan worden om dezelfde woorden en zinnetjes steeds te herhalen, kan door studenten als een minpunt worden gezien.
Silent Way
Bedacht door wie en wanneer
The Silent way (‘de stille manier’) is door de Egyptenaar Caleb Gattegno ontwikkeld in 1963.
Kenmerken van de Silent Way
The Silent Way is een manier om een taal te leren die stilte als instructiemiddel gebruikt. De autonomie van de lerende en diens actieve deelname is het uitgangspunt van de methode van Gattegno.
De taaldocenten gebruiken een combinatie van stilte en gebaren om de aandacht van de lerende te trekken, reacties uit te lokken en hem of haar aan te moedigen om foutjes te corrigeren. De methode besteed veel tijd aan de uitspraak.
Gattegno, die van oorsprong een wiskundige was, vond het belangrijk om les te geven op een wijze die efficiënt was voor de hoeveelheid energie van de lerenden. Caleb Gattegno ontdekte dat het relatief weinig energie kost om een auditief of visueel beeld te onthouden, veel minder energie dan wanneer mensen proberen om dingen uit het hoofd te leren. Caleb Gattegno verklaarde dat taaldocenten niet naar kennisoverdracht an sich dienen te streven, maar het bewustzijn aan dienen te boren, omdat alleen het het bewustzijn het mogelijk maakt om dingen te leren.
Eén van de hulpmiddelen waar The Silent Way van Gattegno gebruik van maakt, zijn gekleurde staven (zogenaamde cuisenaire-staven) die voor allerlei dingen kunnen worden gebruikt. De methode maakt eveneens gebruik van Words in Colour; een kleurenkaart voor klanken waarin elke kleur een specifieke klank van de taal vertegenwoordigt, gekleurde woordgrafieken om aan zinnen te werken en gekleurde grafieken die worden gebruikt voor het leren van de spelling.
Populariteit
Gattegno’s ideeën zijn van betekenis geweest, vooral bij het leren van de uitspraak van de doeltaal, alhoewel de Stille Methode in zijn oorspronkelijke versie niet veel meer wordt gebruikt.
Voor- en nadelen van de Silent Way
De sterke kant van de leermethode van Caleb Gattegno is dat zijn aanpak niet-bedreigend is voor lerenden, die immers worden gezien als autonoom. In feite is de trainer dienstbaar aan de student en niet andersom. Met The Silent Way wordt het leren op een natuurlijke manier gestimuleerd. De geleerde stof wordt vaak goed verwerkt en onthouden door de taallerenden uit te dagen nieuwe dingen te ontdekken. De student ‘mag’ fouten maken. Dit draagt bij aan het leerproces.
Een nadeel van de methode kan zijn dat sommige studenten wat meer begeleiding nodig hebben dan de methode voorstaat. Een lerende zou gefrustreerd kunnen raken door de afwezigheid van input van de docent. Met kleuren en grafieken werken, heeft als keerzijde dat de nieuwheid er vrij gauw af is, waardoor het effect verdwijnt.
TPR Storytelling
Bedacht door wie en wanneer
TPR Storytelling of ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. De methode van TPR Storytelling is door Blaine Ray ontwikkeld in 1990, van oorsprong een Amerikaanse docent Spaans, en komt uit de TPR-methode (Total Physical Response) voort.
Kenmerken van TPR Storytelling
De TPRS-methode is een talenverwervingsmethode die verhalen gebruikt om talen te leren. Het uitgangspunt is een natuurlijke wijze van taalverwerving: een vreemde taal leren zoals kinderen hun moedertaal leren. De lerenden worden blootgesteld aan veel begrijpelijke input om dit te bereiken. De trainer vertelt een verhaal, waarin nieuwe woorden meerdere keren voorkomen. De verhalen zijn nooit te lang en interessant of humoristisch. Studenten voelen zich ontspannen omdat de verhalen eenvoudig te begrijpen zijn. Zo worden woorden en structuren van de nieuwe taal ongemerkt opgeslagen in het langetermijngeheugen van de lerende. De taaldocent wijst de student op grammaticale verschijnselen, zonder dat studenten regels van de nieuwe taal uit hun hoofd hoeven te leren.
De studenten zullen na een poosje ‘automatisch’ gaan spreken en de grammaticale structuren van de nieuwe taal imiteren. Dit is een natuurlijk proces. Een variant is om met een groepje studenten een verhaal op te bouwen. De docent schrijft bij deze methode eerst nieuwe woorden en structuren op het bord, met de vertaling erbij en daarna met de lerenden een verhaal te maken. Tot slot vertellen de studenten het verhaal na. Lezen is een belangrijk onderdeel van TPR Storytelling, doordat dit zorgt voor input. Schrijven volgt in een later stadium.
Populariteit
Er zijn veel onderzoeken gedaan die uitwijzen dat TPRS een geslaagde manier is om een vreemde taal te verwerven. Randvoorwaarden zijn er wel: de setting dient geschikt te zijn en de taaltrainer dient goed getraind te zijn.
Voor- en nadelen van TPR Storytelling
TPRS is een laagdrempelige manier van taalverwerving en de geleerde stof wordt goed onthouden. Doordat TPRS ook de creatieve intelligentie aanboort, is TPRS een breinvriendelijke leermethode. Het is plezierig voor de student en het is relatief gemakkelijk om de focus te behouden. Zelf een verhaal maken, werkt heel motiverend voor de lerenden.
Dat TPR Storytelling veel voorbereiding van de taaldocent vraagt, is een nadeel.
De Rosetta Stone-methode is naar de zogenaamde de Steen van Rosetta vernoemd, een steen die in Egypte is ontdekt met een tekst in twee talen, waarmee de hiërogliefen konden worden ontcijferd. Het is eveneens de naam van het softwarebedrijf dat de taalcursussen aanbiedt. De eerste versie van Rosetta Stone is in het jaar 1996 uitgebracht.
Kenmerken van de Rosetta Stone methode
De Rosetta Stone methode is een manier om met behulp van een computer een vreemde taal te leren. Deze taalcursussen zijn beschikbaar in ruim dertig verschillende talen en de cursussen zijn vanuit elk van deze talen te volgen.
De Rosetta Stone-methode is een zogenaamde communicatieve methode, die de manier imiteert waarop een kind zijn of haar moedertaal leert. Dat wil zeggen ‘leren door middel van onderdompeling’, door veel te luisteren en na te spreken. Het programma gebruikt hier foto’s en stemmen van native speakers (moedertaalsprekers) voor voor het overbrengen van de betekenis van nieuwe woorden. De methode maakt gebruik van spraakherkenningsprogramma. Dit programma registreert de uitspraak en maakt hier een schematische weergave van. De gebruikers kunnen zo hun uitspraak van de nieuwe taal met die van een native speaker (moedertaalspreker) vergelijken. Door de voorbeeldstem wat langzamer te laten praten en daarna veel na te spreken, kan uitspraakverbetering behaald worden.
Voor de schrijfvaardigheid van de lerende zijn er dictee-oefeningen. De software van de methode controleert de grammatica en de spelling en geeft fouten aan, waarbij mogelijkheid is om deze fouten van de student te corrigeren.
Het programma omvat eveneens leesteksten. De teksten gaan over dagelijkse onderwerpen, activiteiten en ideeën.
Populariteit
Wereldwijd wordt de methode van Rosetta Stone veelvuldig toegepast en niet door de minsten. Onder andere het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken en de NASA maken er gebruik van. Rosetta Stone wordt in ons land ingezet door enkele ministeries en diverse universiteiten en hogescholen en eveneens door een aantal internationale organisaties.
Voor- en nadelen van de Rosetta Stone methode
De Rosetta Stone-methode is zeer eenvoudig in het gebruik en kan door de studenten worden gebruikt op elk moment. De student bepaalt zelf welke onderdelen van de methode meer of wellicht minder aandacht nodig hebben. Velen vinden het prettig om de leermethodiek te gebruiken. Bij een gebrek aan taaltrainers kan Rosetta Stone voor scholen een oplossing zijn. Een minpunt kan zijn dat er geen docent beschikbaar is om de studenten te motiveren of iets extra’s te kunnen bieden.
De Pimsleur methode
Bedacht door wie en wanneer
De taalcursussen van Pimsleur zijn Amerikaans taalkundige Dr. Paul Pimsleur ontwikkeld. De eerste Pimsleur taalcursus was een cursus Grieks, die Paul Pimsleur in 1963 introduceerde.
Kenmerken van de Pimsleur methode
De methode van Pimsleur is een computerprogramma om nieuwe talen te leren.
De cursus bestaat uit zinnen/dialoog die door lerenden worden nagesproken en herhaald. Deze zinnetjes zijn ingesproken door moedertaalsprekers. De cursus is gebaseerd op herhaling, anticipatie, woordenschat en wederom herhaling. De lessen bieden een audio-opname van een half uur die nieuwe vocabulaire en structuren bevat. De grammaticale structuren van de doeltaal worden niet uitgelegd maar aangeboden via uitbreiding van, en variaties op, deze zinnen.
Dr. Pimsleur heeft het optimale interval onderzocht waarmee kennis van het kortetermijngeheugen overgaat naar het langetermijngeheugen. Dit (gemiddelde) interval is in de cursussen van Pimsleur verwerkt.
Populariteit
Onder andere in Amerika worden de taalcursussen van Pimsleur gebruikt en de ervaringen met Pimsleur variëren. De gebruikers zijn in het algemeen tevreden over de aangeleerde uitspraak van de vreemde taal.
Voor- en nadelen van de Pimsleur methode
Doordat de insprekers allemaal moedertaalsprekers (native speakers) zijn en op een natuurlijke wijze in een normaal tempo praten, werkt de methode van Pimsleur erg goed als uitspraakverbeteraar.
Dat er niets uitgelegd wordt, is een keerzijde van de methode van Pimsleur. Studenten leren geen bouwstenen van de doeltaal om zelf een zin te maken, maar moeten het met duizenden voorbeeldzinnen doen die uit het hoofd worden geleerd.
De Michel Thomas methode
Bedacht door wie en wanneer
De Michel-Thomas-methode is bedacht, niet verwonderlijk, door Michel Thomas (geboren als Moniek Kroskof); een in Polen geboren genaturaliseerde Amerikaan. Michel Thomas ontwikkelde zijn methode kort na de Tweede Wereldoorlog in zijn eigen taleninstituut in Beverly Hills, Los Angeles, die beroemdheden als Diana Ross, Barbra Streisand, Emma Thompson, Mel Gibson, Bob Dylan en Pierce Brosnan tot de klantenkring kan rekenen.
Kenmerken van de Micheal Thomas methode
Michel Thomas’ principe was dat iemand alleen in staat is om te leren als hij of zij vrij is van stress. Michel Thomas begon met de studenten duidelijk te maken dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ze iets zouden vergeten.
De taalcursussen van Michel Thomas zijn audiolessen die zijn ingesproken door twee acteurs; een mannelijke en een vrouwelijke. De setting is bij Michel Thomas een virtueel klaslokaal, waarin de student als de derde student fungeert. De student luistert mee met de lessen van de acteurs. Wanneer de acteurs een vraag gesteld wordt, is het idee dat de gebruiker op pauze drukt en deze vraag eerst zelf beantwoordt. Er wordt geen huiswerk gegeven en er hoeft niet uit-het-hoofd te worden geleerd. Bij de methode worden de lessen opgebouwd in kleine delen en stof die nieuw is, wordt afgewisseld met stof die al bekend is. Bij de Michel Thomas-methode is de uitleg steeds in het Engels. Er wordt op verbanden tussen de talen gewezen, als die verbanden er zijn. Grammaticale uitleg wordt eveneens gegeven. Bij de methode van Michel-Thomas wordt makkelijke stof eerst aangeleerd, moeilijkere stof wordt pas aangeboden nadat de studenten het voorgaande begrepen en verworven hebben. Behalve woorden en zinnetjes worden eveneens bouwstenen aangeleerd. Hiermee kan de gebruiker zelf zinnetjes bouwen. De leermethodiek maakt ook gebruik van flashcards zodat gebruikers zelf hun vocabulaire kunnen toetsen alsook online oefeningen kunnen maken om hun eigen voortgang te meten.
Populariteit
Veel lerenden vinden de Michel Thomas-methode prettig werken en ze zijn tevreden over de uitleg van de structuren van de vreemde taal. De mensen die al wat verder gevorderd zijn, ervaren de cursussen als wat minder leerzaam.
Voor- en nadelen van de Micheal Thomas methode
De cursus van Michel Thomas zijn toegankelijk en trainen luistervaardigheid en uitspraak op een efficiënte wijze. Dat deze cursussen niet in schrijfvaardigheid voorzien, kan als een nadeel worden gezien. Een daadwerkelijke interactie is er ook niet, omdat de methode van Michel Thomas audiocursussen zijn.
De Assimil methode
Bedacht door wie en wanneer
Assimil is een Frans bedrijf, opgericht door schrijver en polyglot Alphonse Chérel in het jaar 1929. Het bedrijf maakt cursussen voor vreemde talen en publiceert deze en het begon met het eerste boek Anglais sans Peine.
Kenmerken van de Assimil methode
‘Assimileren’ betekent letterlijk ‘mengen met, opgaan in de andere groep’, wat voor taalcursussen wel een hooggegrepen streven is. De Assimil-taalcursussen zijn zelfstudielessen die bestaan uit een lesboek, audio-CD’s alsook een USB-stick. De cursist werkt bij voorkeur ongeveer twintig minuten per dag.
De taallessen bestaan uit dialogen die worden beluisterd, nagesproken en gelezen. De vertaling staat hiernaast, met de uitleg van de grammatica. Om de uitspraak te oefenen, maakt de methode gebruik van zinnen die door native (moedertaal) speakers zijn ingesproken en die de cursist daarna herhaalt. De opbouw is van receptief naar productief: in de eerste lessen wordt nog geen taalproductie verwacht van de gebruikers; dit komt pas na ongeveer 50 taallessen.
Populariteit
De Assimil-cursussen zijn gewaardeerd. Ze zijn relatief betaalbaar en het aanbod aan talen is groot.
Voor- en nadelen van Assimil
Het pluspunt van de methode van Assimil is dat de lerende op zijn of haar eigen tempo kan leren op het moment dat dit het beste past. Het nadeel hierbij is, geldt wat voor alle computertaalcursussen, dat de cursist is overgeleverd aan zichzelf. Er is geen trainer om de cursist te motiveren of te begeleiden.
De audiolinguale methode was reeds in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw in Amerika en Engeland ontwikkeld, onder meer door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, moesten de (Amerikaanse) soldaten de elementaire verbale communicatieve vaardigheden leren. Vanwege de invloed van het leger werd deze audiolinguale methode soms de ‘legermethode’ genoemd.
Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)
De audiolinguale methode kun je beschouwen als een antwoord op de grammatica-vertaalmethode. Het was nieuw dat de les geheel plaatsvond in de doeltaal. De belangrijkste vaardigheden zijn luisteren en spreken en grammaticale structuur worden geleerd door middel van mondelinge structuuroefeningen. Het doel is vrijwel zonder fouten leren verstaan en spreken, wat begint bij iemand leren naspreken. Herhaling is het middel hiervoor; er wordt gewerkt met driloefeningen om zinnen en structuren goed aan te leren, zodat reacties spontaan en automatisch worden. De taaldocent kan een zin bijvoorbeeld tien maal herhalen en vervolgens een extra woord toevoegen. Bij de audiolinguale methode wordt veel gewerkt in zogeheten talenpractica, waar lerenden een koptelefoon op hebben en zinnen beluisteren en nazeggen. De geschreven taal wordt pas behandeld wanneer de mondelinge taal al vertrouwd is. Er worden wel afbeeldingen gebruikt om nieuwe woorden te introduceren.
Populariteit
De methode werd in ons land pas geïntroduceerd rond het jaar 1970 toen de Mammoetwet van kracht werd. Er kwamen al snel bezwaren tegen deze saaie driloefeningen. Af en toe haperde de techniek. De talenpractica raakten hierdoor vrij gauw in onbruik. In plaats van de talenpractica werden de mondelinge structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Leerboekenschrijvers namen de markt weer over en boden weer expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode wel sporen na. Het was nu alom aanvaard dat het bij een taal leren niet om het memoriseren van de grammaticaregels gaat, maar om de toepassing ervan. De luistervaardigheid, die vóór 1970 voor het merendeel van docenten niet bestond, was ontdekt.
Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method
De audiolinguale methode is effectief voor beginnende studenten. Direct van het begin wordt een juiste uitspraak aangeleerd. De audiolinguale methode is een docentgestuurde methode en en biedt daardoor een snelle en efficiënte overdracht van kennis. Ook voor grote(re) groepen is deze methode geschikt.
Tevens is de docentgestuurde kant een nadeel; eigen input wordt niet van de lerenden verlangd, waardoor het gevaar van enige passiviteit en onvoldoende betrokkenheid en motivatie op de loer ligt. Een ander bezwaar van de audiolinguale methode is dat de driloefeningen niet zo gemakkelijk zijn om te zetten in levend taalgebruik.
GoldList Method (GLM)
Bedacht door wie en wanneer
Polyglot David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey ontwikkelde de GoldList Method (‘gouden lijst-methode’).
Kenmerken van de GoldList Method (GLM)
Deze GoldList Method is een leermethode om woorden of zinnen in een vreemde taal te leren op een zodanige wijze dat ze worden opgeslagen in het langetermijngeheugen. Deze methode werkt aan de hand van zelfgeschreven woordenlijsten die herhaald worden na verloop van tijd. Deze zinnen of woorden van de woordenlijst worden hardop gelezen door de lerenden. Het idee is niet om de woorden en/of zinnen en zinnen uit het hoofd te leren, maar dit eigenlijk gebeurt automatisch door blootstelling. De woordenlijst wordt telkens bijgewerkt; woorden die aangeleerd zijn, gaan van de woordenlijst af. De woorden die nog altijd problemen opleveren, blijven op de lijst staan.
Populariteit
Aanhangers van de GoldList Method claimen dat deze zinnen of woorden in de vreemde taal spontaan in het langetermijngeheugen van de student terechtkomen, iets dat door veel geheugenwetenschappers wordt bestreden. In het algemeen wordt kennis onthouden wanneer deze kennis ook betekenisvol en relevant is voor de student. De GoldList-methode kan werken voor woorden die relevant en van betekenis zijn voor de student.
Voor- en nadelen van de GoldList Method
Bij lerenden die het fijn vinden om bijvoorbeeld Post-its® te gebruiken als geheugensteuntje, kan deze GoldList-methode werken. Omdat het fysieke gedeelte van het geheugen door het schrijven aangesproken wordt en meewerkt, functioneert het met de hand schrijven effectiever dan typen of, redelijk zinloos: een fotootje maken. Een minpunt van deze leermethode is het ontbreken van context. Taal is veel meer dan een reeks losse woorden en/of zinnen. De methode is daarnaast bijzonder tijdrovend; er moeten steeds met de hand geschreven lijsten worden aangelegd.
De Natural Method
Bedacht door wie en wanneer
De Natural Method, ook de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genoemd, is door de Amerikanen Tracy Terrell en Stephen Krashen in 1983 ontwikkeld.
Kenmerken van de Natural Method
De Natural Method is op een natuurlijke wijze van taalverwerving gericht. Op de manier waarop iemand als kind zijn of haar moedertaal leerde spreken, probeert de leermethode de vreemde taal te leren. De taalregels van de vreemde taal leert men eveneens onbewust op die manier. Alleen de doeltaal wordt hiervoor gebruikt met de nodige visuele hulpmiddelen. Het streven is een stressvrije leeromgeving. Een grote hoeveelheid begrijpelijke input wordt aan de studenten blootgesteld. De taalproductie mag spontaan ontstaan en wordt niet geforceerd. De nadruk ligt op communicatie en niet zo zeer op het corrigeren van vormfouten en expliciete grammatica.
Als de student in de te leren taal wordt ondergedompeld, werkt de methode het meest effectief. De leeractiviteiten die in de vreemde taal worden aangeboden, dienen stimulerend te zijn, om te zorgen dat de lerenden plezier van de ervaring hebben.
De Natural Method heeft vrij veel overeenkomsten met de Directe Methode. Het idee van natuurlijke taalverwerving is het uitgangspunt van beide methoden; het verschil tussen deze twee leermethoden is dat bij de Directe Methode meer nadruk wordt gelegd op de praktijk en bij de Natural Method meer op de blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.
Populariteit
Het feit dat onderdompeling zeer effectief is, is al veelvuldig aangetoond. Doordat de natuurlijke aanpak betrekkelijk eenvoudig is om te begrijpen, is de methode een populaire manier van lesgeven onder taaltrainers. Maar er is ook kritiek op de natuurlijke aanpak. De leermethode richt zich vooral op het impliciet leren van de grammatica. De student zou weliswaar leren om te communiceren, maar blijven steken in een wat gebrekkige, vereenvoudigde versie van de taal door ontoereikende kennis van de grammatica van de te leren taal.
Voor- en nadelen van de Natural Method
Het wordt als prettig ervaren om op een natuurlijke manier een taal aan te leren. Lerenden krijgen de mogelijkheid een persoonlijke band met de taal op te bouwen. Het geleerde beklijft voor een langere tijd, doordat studenten niet ‘uit het hoofd hoeven te leren’.
Doordat er vrijwel geen druk op de taalproductie ligt, kan het nadeel zijn dat het langer duurt voor er resultaten geboekt worden. Ook bereidt de methode studenten niet per se voor op een bepaald examen.
Structurele Aanpak
Bedacht door wie en wanneer
De Structural Approach (afgekort SA) ofwel de ‘Structurele Aanpak’ is door de Amerikaanse taaldocent Charles en Robert Lado ontwikkeld in de jaren 50.
Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)
De Structurele Aanpak is een taalverwervingsmethode met als doel de student vertrouwd te laten raken met de fonologische en grammaticale structuren van de doeltaal. Het beheersen van deze structuren levert volgens de methode meer op dan de verwerving van woordenschat van de nieuwe taal. Bij de methode gaat het om het kunnen herkennen en toepassen van vaste samenstellingen van woorden en woordgroepen in de juiste woordvolgorde. Deze combinaties worden aangeboden aan de student in reële situaties met behulp van visualisatie, gezichtsuitdrukking, dramatisering en handelingen. De structuren die in de praktijk het meest in de doeltaal worden gebruikt, worden eerst aan de taallerende aangeboden. De mondelinge vaardigheden (de luistervaardigheden en de spreekvaardigheden) worden hier in eerste instantie bij gebruikt; de leesvaardigheden en de schrijfvaardigheden volgen hieruit. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheden (spreken en schrijven), krijgt de grammatica een belangrijke plek. Andere namen voor de Structurele Aanpak zijn de Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering).
Populariteit
De Structurele Aanpak werd in de jaren vóór 1970 op vrij grote schaal ingezet om Engels te leren in Engelssprekende landen, voormalige Britse koloniën en in Maleisië.
Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak
Het voordeel van een structurele aanpak is dat de studenten de taal op een nauwkeurige manier geleerd wordt. Studenten krijgen inzicht in de grammatica van de taal en ze leren in welke situatie woorden en woordcombinaties wel of niet passend zijn voor de situatie. De SA gebruikt de taal van alle dag. Nadelen heeft de Structural Approach ook. Deze methodiek kost tamelijk veel tijd en zorgt niet direct voor een succeservaring. De eigen inbreng van de studenten is beperkt; het is niet echt creatief.
Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)
Bedacht door wie en wanneer
Het communicatief Taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT), ook ‘De Communicatieve benadering’ (Engels: Communicative Approach; CA) genoemd, ontstond in de jaren 60 van de vorige eeuw onder invloed van ideeën van taalkundige Noam Chomsky, die de nadruk op competenties bij het leren van vreemde talen legde. Amerikaans taalkundige Dell Hymes was de grondlegger in het jaar 1966 van het concept communicatieve vaardigheden.
Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)
Het communicatief talenonderwijs is gestoeld op de visie dat interactie de uiteindelijke doelstelling is van het leren van een vreemde taal.
De studenten leren middels de CLT-technieken de vreemde taal in de praktijk te brengen door de interactie met elkaar en de docent. Authentieke teksten in de doeltaal of ander materiaal uit de werkomgeving of het dagelijks leven worden gebruikt. Zowel tijdens als buiten de les wordt de doeltaal gebruikt.
Studenten praten over persoonlijke gebeurtenissen met medestudenten en taaldocenten dragen onderwerpen aan buiten het domein van de traditionele grammatica, om de taalvaardigheid in allerlei soorten realistische situaties te oefenen. De grammatica leren studenten inductief, dit betekent aan de hand van de praktijk, waaruit de regel volgt.
Bij het communicatief taalonderwijs zijn docenten echt trainers, die studenten helpen in de doeltaal te communiceren.
Populariteit
In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd het communicatief taalonderwijs erg populair, gedeeltelijk doordat de traditionele taalonderwijsmethodes niet erg succesvol bleken. Binnen een verenigd Europa ontstond meer behoefte om talen te leren op een meteen toepasbare manier.
Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs
Het communicatief taalonderwijs heeft veel pluspunten. Studenten ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in de te leren taal; deze methode van leren is studentgericht en functioneel. Door het gebruik van authentieke materiaal, leren studenten de woorden die voor hen nodig zijn. De methode is efficiënt. Voor de lerende werkt het stimulerend, omdat hij of zij snel succes ervaart. Er mogen fouten worden gemaakt; de taalvaardigheden wordt al doende geleerd en geperfectioneerd. Een keerzijde van de communicatieve benadering is dat er minder aandacht wordt besteed voor grammatica, woordenschat die niet direct toepasbaar is en uitspraak. De voorbereiding en de planning vereist veel meer tijd van de docent en van studenten vraagt het een actieve deelname. Deze manier van een taal leren, is voor sommige studenten lastig of afwijkend, afhankelijk van welke achtergrond zij hebben. Communicatief taalonderwijs (CLT) traint taalvaardigheden; daarbij gaat het vooral om de functie en minder om de vorm en het biedt als zodanig geen samenhangend geheel.
In de 18de en de 19de eeuw was taalonderwijs vooral gefocust op praktisch taalgebruik. Men leerde om gebruiksklare zinnetjes, idiomatische uitdrukkingen, dialogen, woordenlijsten enzovoort na te spreken, uit het hoofd te leren en daarna vervolgens op te zeggen. Dit werd anders gedaan door een Duitse docent Frans en Italiaans en eveneens leerboekenschrijver; Johann Valentin Meidinger. Meidinger ontwikkelde rond het jaar 1783 een leermethode waarbij de grammatica centraal stond. Meidinger wordt gezien als de grondlegger van de zogenaamde grammatica-vertaalmethode (In het Engels: Grammar-Translation Method, afgekort GTM).
Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)
Deze methode was op het onderwijs in het Latijn gestoeld; de taal van de wetenschap, cultuur en religie. Onderwijs in Latijn was uiteraard op geschreven teksten van klassieke schrijvers gericht en geheel op de grammatica en het vertalen gericht. Dat werd destijds als een degelijke en wetenschappelijke aanpak beschouwd. De Grammatica-vertaalmethode gaat van de analyse van taalstructuren en taalvormen uit waarbij lerenden inzicht ontwikkelen. Bij de Grammatica-vertaalmethode zijn de lees- en schrijfvaardigheid dus belangrijk. Literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten in de vreemde taal hebben de nadruk. De taaltrainer draagt de kennis over, de student memoriseert.
Populariteit
De grammatica-/vertaalmethode is tot recente datum van grote invloed geweest op het taalonderwijs, ondanks dat reeds vanaf halverwege de negentiende eeuw ook tegengeluiden te horen waren.
Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode
De methode biedt een aardige mentale training aan personen die het een uitdaging vinden om dingen uit het hoofd te leren. Ook biedt de methode inzicht in de structuur, doordat de nadruk op de grammatica wordt gelegd.
De methode kent echter meer nadelen dan voordelen. Het grootste nadeel is dat de spreek- en luistervaardigheid ver achterblijft, waardoor de taal zelfs na jaren studeren nauwelijks mondeling kan worden toegepast. De methode staat ver af van het dagelijks gebruik van de taal, ook in de context die aangeboden wordt, omdat het over het algemeen om literair taalgebruik gaat. Bij het leren in groepen biedt de methode niet de mogelijkheid tot een eigen creatief proces of tot differentiatie bij de studentenn. De studenten zijn alleen toehoorders en uitvoerders.
Onderdompeling (Engels: immersion)
Bedacht door wie en wanneer
Onderdompeling (Engelse naam: language immersion) wordt over de hele wereld gebruikt sinds de jaren 70, en dan met name op de middelbare school waarbij een schoolvak (zoals wiskunde) wordt gegeven in een vreemde taal. In Nederland is ‘onderdompeling’ ook wel bekend als de methode die gebruikt wordt bij bijvoorbeeld Taleninstituut Regina Coeli in Vught, ook wel ‘de nonnen van Vught’ of liefkozend ‘de nonnetjes (van Vught)’ genoemd. De leermethode is daar ontstaan in 1963 met Franse nonnen die taalles Frans onderwezen aan rijke dames uit Vught.
Kenmerken van onderdompeling
De methode van onderdompeling zorgt ervoor dat degenen die de taal leren, direct vanaf het begin door de nieuwe taal is omgeven. Alle instructies vinden in de doeltaal plaats; eerst langzaam en met veel herhalingen, later op een natuurlijkere manier. Vanaf het begin wordt de student ook uitgedaagd om in de nieuwe taal te spreken. De methode werkt met rollenspellen en simulaties. Op scholen die met onderdompeling werken, wordt de omgeving vaak in de stijl van het land van de doeltaal ingericht om een situatie te creëren alsof de lerenden in het land zijn waar de te leren taal gesproken wordt. De studenten oefenen één-op-één of in kleine groepen met spreken. Een andere manier om een taal te leren door middel van onderdompeling, is te reizen naar het land van de vreemde taal en daar bijvoorbeeld te verblijven in een gastgezin.
Populariteit
De methode van onderdompeling wordt gezien als een zeer goede leermethode voor vreemde talen. Vooral de mondelinge taalvaardigheid kan met de methode van onderdompeling zeer goed worden ontwikkeld.
Voor- en nadelen van onderdompeling
Omdat de methode vrij intensief is, is het grote voordeel dat met deze methode snel resultaat wordt geboekt. Het is een kwestie van ‘sink or swim’, de student moet daadwerkelijk gaan communiceren in de nieuwe taal want hij of zij wordt erdoor omgeven. Feitelijk is de student 24 uur per dag aan het leren. De sociale interactie wordt versterkt door het samen oefenen in groepsverband. Dit wordt door studenten als motiverend ervaren.
Een nadeel is dat het bereikte resultaat niet altijd wordt vastgehouden. Als studenten in een vrij korte tijd een nieuwe taal leren, door in het land van de doeltaal te zijn of door te zijn ondergedompeld in een kunstmatig gecreëerde omgeving, maar vervolgens weer tot de orde van de dag overgaan, is de kans groot dat het nieuw geleerde snel weer wegzakt. Een bijkomend nadeel van de methode kan zijn dat een dergelijke training erg intensief is. Niet alle lerenden hebben de conditie om deze wijze van leren vol te houden.
Suggestopedie (Suggestopedia)
Bedacht door wie en wanneer
Suggestopedia is een (taal)leermethode uit de jaren 70 van de vorige eeuw. Deze leermethode is ontwikkeld door de Bulgaarse psychotherapeut Georgi Lozanov.
Kenmerken van Suggestopedie
Suggestopedia is op de kracht van de suggestie gebaseerd. Positieve suggestie is volgens Lozanov een voorwaarde om (een vreemde taal) te kunnen leren. Een ontspannen sfeer en een wederzijds vertrouwen tussen de student en de trainer zijn hiervoor essentieel. Hiervoor is de voorwaarde dat de studenten zich veilig en ontspannen voelen. Om dit te bereiken, waren lesloken met rijopstellingen ongeschikt. Studenten zaten in comfortabele stoelen tijdens de lessen die in een halve cirkel gezet waren en er was altijd muziek tijdens de klas. De leermethodiek die Lozanov voorstond, bestond uit verschillende teksten voorlezen, terwijl klassieke muziek werd gespeeld of natuurgeluiden te horen waren op de achtergrond. Bij de teksten waren lijsten met woorden alsook opmerkingen over de grammatica van de doeltaal. Er werd met veel expressies in stem alsook gebaren voorgelezen. Op deze manier werden lerenden uitgenodigd om te luisteren en ze konden de woorden die nieuw waren, gemakkelijk begrijpen en opnemen. Voor cultuur en kennis over het land van de vreemde taal was veel aandacht tijdens de lessen. Er werd met rollenspellen gewerkt en er werden bijvoorbeeld eveneens streekgerechten gemaakt en geproefd.
Populariteit
De leerleermethode Suggestopedie was omstreden en is niet heel bekend meer. Sommige elementen van de methode zoals het gebruikmaken van stemexpressie en gebaren bij het lezen van teksten, worden nog steeds gebruikt.
Voor- en nadelen van Suggestopedie
Suggestopedia creëert een veilige en ontspannen sfeer in de les. Hierdoor hebben de lerenden minder last zullen van faalangst of frustratie. Voor nieuwkomers kan deze gemoedelijke sfeer bijdragen aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland. Vaak werkt muziek motiverend en draagt aan betere leerprestaties bij. Dat de lerende wordt gestimuleerd om zich in te leven in de situatie en actief mee te doen, wat voor sommigen een nieuwe ervaring is, is een bijkomend voordeel van de leermethode. Voor sommigen is dit tegelijk een nadeel, omdat niet iedere student hiertoe in staat is. Daarnaast kan muziek bij sommige studenten eerder afleiden en verstorend zijn in tegenstelling tot ontspannend of stimulerend. Een andere zwakke zijde is dat de verhouding taaldocent-lerende niet gelijkwaardig is; alle input komt van de taaldocent waarbij de lerende altijd de ontvangende partij is.
Community Language Learning (CLL)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse priester en psycholoog Charles A. Curran ontwikkelde Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning of afgekort CLL genoemd, in 1976.
Kenmerken van Community Language Learning (CLL)
Community Language Learning is een methode om een taal te verwerven waarbij lerenden samenwerken om te bepalen welke aspecten van de taal zij willen leren. De CLL methode is gestoeld op de counseling-benadering waarbij de taaltrainer optreedt als een counselor die de zinnen van de lerenden kenschetst. De studenten starten een gesprek. Zijn de lerenden de taal nog niet voldoende machtig, dan spreken de lerenden in hun moedertaal. De docent geeft uitleg en vertaalt, waarna de lerenden de uitingen van de docent zo goed mogelijk herhalen. Het gesprek wordt opgenomen om opnieuw te kunnen beluisteren.
Community Language Learning stimuleert het gemeenschapsgevoel in de leergroep en de methode ziet de interactie tussen de studenten onderling als middel om te leren. Een lesboek wordt niet gevolgd; de lerenden bepalen zelf de inhoud van de les middels betekenisvolle gesprekken.
Populariteit
Of CLL succesvol is, is in hoge mate afhankelijk van de expertise van de trainer-counselor. De trainer dient naast sociaal-cultureel kundig eveneens taalkundig te zijn onderlegd. Deze taaltrainer dient zowel de vreemde taal als de moedertaal van de lerende uitstekend te beheersen om de taaluitingen van de lerende te kunnen vertalen. Deze methode kan prima werken wanneer deze op de juiste wijze wordt gebruikt. Voor grote klassen is deze methode niet geschikt.
Voor- en nadelen van Community Language Learning
CLL biedt voor studenten veel autonomie. Het analyseren van hun eigen gesprekken vinden de lerenden vaak zinvol. De leergroep wordt vaak heel hecht, niet alleen tijdens de lessen, maar eveneens daarbuiten. Met CLL worden lerenden zich veel meer bewust van de groepsgenoten, de sterke en zwakke punten en leren als team samen te werken. Van het bespreken door de fouten en het evalueren van de lessen leren studenten veel. Dergelijke correcties blijven vaak in het geheugen gegrift en worden zo deel van de actieve woordenschat van de studenten.
Dat de trainer niet sturend is, ondanks dat een aantal studenten wel sturing nodig heeft, kan een nadeel zijn. Er wordt geen lesboek gebruikt en ook geen toetsen afgenomen. Het succes van de lessen is hierdoor lastig te meten. Een aantal studenten wordt geremd in hun spreken wanneer zij opgenomen worden.
De Lexicografische benadering (Engelse naam: Lexical Approach; LA) is een methode om talen te leren die door Michael Lewis in de vroege jaren 90 van de vorige eeuw is ontwikkeld.
Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)
Deze benadering gaat uit van het idee dat een belangrijk deel van het leren van een taal bestaat uit het begrijpen en produceren van zogenaamde ‘lexicale eenheden’, brokjes taal die bestaan uit woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Studenten verwerven al doende inzicht in patronen van de taal (de grammatica) en betekenisvolle groepen woorden. Zo leren ze de taal ‘in het echt’ gebruikt wordt. In deze benadering is de woordenschat belangrijker dan de grammatica. Instructies zijn op situaties en uitdrukkingen die regelmatig voorkomen in dialoog gericht. Voor interactie is aandacht maar eveneens voor i>exposure; voor de receptieve vaardigheden van de lerende (luisteren en begrijpen, lezen en begrijpen). Er wordt veel mogelijkheid geboden voor het zelfstandig ontdekken van de taal.
Het is de taak van de docent om te zorgen voor voldoende input en het faciliteren van het leertraject van de student.
Populariteit
De leerboeken zijn duidelijk anders geworden in de laatste drie decennia door (onder andere) de ideeën over taal van Michael Lewis. Er wordt veel meer aandacht aan woordenschat besteed die in zogenaamde chunks wordt aangeboden, in betekenisvolle brokjes. Iets waarnaar Michael Lewis streefde; de ingrijpende wending in de manier waarop een vreemde taal wordt onderwezen, bleef echter uit.
Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering
Door het werken met ‘chunks’ (brokjes vreemde taal); met ‘echte’ taal, leren lerenden op een heel natuurlijke manier de vreemde taal te gebruiken. Zo ontstaat souplesse in het taalgebruik.
Het minpunt van de methode is dat de werkelijkheid altijd weer anders is dan de aangeleerde taalsituaties. Een aantal studenten heeft meer aan een taaldocent die hen wegwijs maakt, dan aan een docent-facilitator omdat deze studenten meer moeite hebben om de patronen van de taal zelf te leren herkennen.
Series Method
Bedacht door wie en wanneer
De Series method, ofwel ‘seriemethode van taalverwerving’ (Frans: La Méthode naturelle) is door de Franse leraar François Gouin in 1880 ontwikkeld.
Kenmerken van de Series Method
Een serie van verbonden zinnen die gemakkelijk te begrijpen zijn en weinig kennis van de grammatica vereisen, is het uitgangspunt van de seriemethode (The Series Method of language acquisition) van François Gouin. Studenten leren zinnetjes op basis van een actie, zoals het huis verlaten in de volgorde waarin deze actie zou worden uitgevoerd. Deze series of reeksen behandelden onderwerpen als de mens in de samenleving, het leven in de natuur, wetenschap en beroep, ontwikkeld vanuit het onderscheid tussen objectieve, subjectieve en figuurlijke taal. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. Het betreft een soort eentalige leermethode, die niet uitgaat van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ maar van ‘demonstreren’ en ‘handelen’, waardoor lerenden snel in de doeltaal leren denken.
Populariteit
De principes van Gouin over het leren van een vreemde taal waren hun tijd ver vooruit. Ondanks dat het een afwijkende aanpak was, was de seriemethode van François Gouin gedurende een bepaalde periode een succes. De Directe Methode van Berlitz overschaduwde de leermethode van François Gouin echter.
Voor- en nadelen van de Series Method
Door de Series method van Gouin worden de mondelinge vaardigheden goed ontwikkeld en het zorgt voor het creëren van een natuurlijke, harmonieuze en gelijkwaardige sfeer in de lessen.
De leermethode garandeert een levendige manier van lesgeven. Dit type taalonderwijs wekt het enthousiasme op van de lerenden doordat het gebruikmaakt van visueel leermateriaal, bijvoorbeeld afbeeldingen, grafieken, en dergelijke. Een nieuwe taal leren werd tastbaar; iets wat geheel nieuw was. De leermethode maakt studenten nieuwsgierig, dit werkt goed om het leergeheugen te helpen ontwikkelen, prestatiedruk te verlagen alsook het zelfvertrouwen te verhogen. De methode van François Gouin stimuleert de communicatieve competenties van de studenten sterk.
De seriemethode van Gouin heeft echter als nadeel dat taal die wat meer subjectief of abstract wordt, lastig in één duidelijke ervaring kan worden gevangen met beweging en expressie. De bewerkelijkheid voor de docent, die tenslotte een scala aan series dient voor te bereiden, is een ander minpunt. Ten derde focust de Gouin-seriemethode vooral op mondelinge taalgebruik, terwijl het reguliere onderwijssysteem nog meestal draait om examens die de lees- en schrijfvaardigheid toetsen.
Task-Based Language Teaching (TBLT)
Bedacht door wie en wanneer
Taakgericht taalonderwijs (Engels: Task-Based Language Teaching) is ontwikkeld in de jaren 80 van de vorige eeuw. De grondleggers van deze methode zijn de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Michael H. Long en Graham V. Crookes.
Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)
Taakgericht taalonderwijs past binnen een Communicatieve Benadering/het Communicatief Taalonderwijs. De visie erachter is dat het verwerven van de vreemde taal geen op zichzelf staand doel, maar een middel om specifieke taken uit te kunnen voeren. Lerenden krijgen motiverende taken aangeboden. Hiervoor is taalkennis vereist. Om deze taken goed uit te kunnen voeren, dienen zij over woordenschat en regels van de doeltaal te beschikken. De taken zijn zaken uit het dagelijks leven, bijvoorbeeld een boodschap doen, een e-mail schrijven, bellen met een klantenservice, de krant lezen of een drankje bestellen. De taak wordt in drie verschillende fasen verdeeld: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de studenten zich eerst voorbereiden op de taak, de opdracht vervolgens uitvoeren en tot slot hierop terugblikken. Studenten moeten samenwerken om de opdrachten uit te kunnen voeren. Om leereffect te hebben, moeten de opdrachten net boven het niveau van de lerende liggen.
Populariteit
Taakgericht onderwijs is vanaf de vroege jaren 90 zeer populair geworden, zeker in het taalonderwijs. Het lijkt de meest praktisch bruikbare vorm te zijn voor het verbeteren van de taalvaardigheden bij de studenten (hoofdzakelijk de studenten met een achterstand) in het lager en secundair onderwijs.
Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching
Taakgericht taalonderwijs biedt duidelijke voordelen. Het taakgericht taalonderwijs is een activerende werkvorm, waarbij de lerenden worden uitgedaagd om hun taalvaardigheden te gaan gebruiken. Het is een op de persoon gerichte, relevante en efficiënte aanpak, zolang de taak goed bij de lerenden aansluit. De student komt op een natuurlijke, dagelijkse manier in aanraking met de doeltaal en leert zo authentieke woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Daarnaast leren studenten om met andere studenten samen te werken. Lerenden ervaren taakgericht taalonderwijs als motiverend en prettig.
Als keerzijde kan gezien worden dat de communicatie voorop staat en niet de correcte vorm, waardoor studenten die niet heel nauwkeurig leren.
De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)
Bedacht door wie en wanneer
Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse docententrainer en taalkundige op het gebied van Engels taalonderwijs bedacht Dogme Language Teaching/Dogme ELT (de ‘Dogmabenadering’) in het jaar 2000.
Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)
De inspiratie voor Dogme Language Teaching was ‘Dogme 95’; de beweging uit 1995 van een groep van filmmakers uit Denemarken waaronder filmregisseur Lars von Trier. Voor het filmmaken, confirmeren de deelnemers zich aan 10 strenge regels (10 dogma’s). Deze 10 regels vormen samen ‘de eed van zuiverheid’ (Deens: kyskhedsløfter; Engels: Vows of Chastity). Het Dogme-taalonderwijs werkt op een vergelijkbare wijze. De aanhangers van deze methode zoeken naar een vorm van communicatief onderwijs van vreemde talen die niet is belast door voorgedrukt materiaal. Het doeleinde van de Dogme-methode is het beginnen van echte inhoudelijke conversaties die over praktische zaken gaan, waarbij het om communicatie draait als de inspirator van een taal leren. Daarom is de Dogme-benadering een communicatieve werkwijze voor taalonderwijs, die taal wil onderwijzen zonder lesboeken te gebruiken of overig lesmateriaal en zich in plaats daarvan richt op de communicatie tussen de studenten en de taaldocent. Het Dogme-taalonderwijs heeft, net zoals de Dogme-beweging van de filmmakers, tien uitgangspunten (dogma’s).
Populariteit
Ondanks dat er weinig onderzoek naar het succes van Dogme is geweest, gaat Scott Thornbury ervan uit dat de parallellen met het taakgericht leren van talen suggereren dat Dogme waarschijnlijk leidt tot vergelijkbare resultaten.
Voor- en nadelen van de Dogme benadering
Dat er vrijwel geen voorbereiding is vereist, is een positieve bijkomstigheid voor de docent. Dat de student verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen leerproces, kan erg motiverend werken. Zo zijn de taallessen nooit voorspelbaar; dit creëert spontane communicatie en verveling krijgt geen kans. Zo goed als elk item kan worden besproken in een taalles volgens de Dogme-benadering. Dit zorgt ervoor dat de studenten betrokken en alert blijven.
Daartegenover staat dat de studenten zich iets minder op hun gemak kunnen voelen als ze zo weinig door de docent bij de hand genomen worden. Ook is niet elke taaltrainer voldoende flexibel voor dit type onderwijs. Dat de lerenden zich vaak op een bepaald examen moeten voorbereiden en het niet zeker is dat de hiervoor benodigde stof wordt behandeld in de les, kan een bijkomend nadeel zijn.
Growing Participator Approach (GPA)
Bedacht door wie en wanneer
The Growing Participator Approach (GPA) is ontwikkeld door Language consultants Angela en Greg Thomson in het jaar 2007.
Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)
Deze GPA-methode geldt als een alternatieve kijk op het leren van een nieuwe taal. Het primaire uitgangspunt van deze leermethode is dat taal en cultuur niet los van elkaar kunnen worden gezien. Bij GPA gaat het om veel meer dan alleen het verwerven van de taal; het uiteindelijke doel om tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur uit te groeien. Daarom gebruikt GPA de benaming ‘groeiende deelnemer’ in plaats van ‘taallerende’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘leraar of docent’. De GPA heeft gelijkenissen met, en is gedeeltelijk gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.
De methode kent zes fasen van activiteiten. De lerende met een verzorger uit de gastcultuur voeren de activiteiten uit. Begrip is belangrijker dan productie. De woordenschat alsook de cultuur krijgen de nadruk. Fase 1 van de methode is de zogenaamde hier-en-nu-fase. Deze fase duurt ongeveer 100 uur. In deze fase 1 concentreert de ‘groeiende deelnemer’ zich op het luisteren en het geven van non-verbale feedback.
Fase 2 van de methode van de leermethode is de verhaalopbouwfase. Deze duurt ongeveer 150 uur en nu beginnen de deelnemers de vreemde taal ook te produceren. In fase 3 van de leermethode ligt de nadruk op zogenaamde ‘gedeelde verhalen’. ‘Gedeelde verhalen’ zijn verhalen over dagelijkse gebeurtenissen, verhalen die tussen culturen worden gedeeld en verhalen over gedeelde ervaringen. Fase 4 van de methode is de fase van het ‘diepe delen’. De deelnemer en de verzorger beginnen nu diepere gesprekken te voeren over het leven in de ontvangende cultuur. In fase 5 van de leermethode begint de deelnemer zich te richten op taalgebruik van de moedertaalsprekers door middel van films, televisie, nieuws en literatuur. Ook de taal die is vereist voor het werk wordt geleerd. Fase 6 van de methode is de ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase heeft geen eindpunt. Hierbij gaat het om groei naast de formele taalsessies.
Populariteit
Er is nog niet veel bekend over het succes omdat de methode van Thomson nog vrij nieuw is. Deelnemers zijn vrij enthousiast over de leermethode.
Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach
Met GPA wordt een duidelijk inzicht op het proces van taalverwerving geboden. Deze zes fasen van de leermethode bieden realistische doelen en een duidelijk tijdsschema. Er wordt door de lerende niet alleen kennis verworven van de taal, maar eveneens van de omgeving en de lerende verwerft daarnaast een nieuw sociaal netwerk.
Dat voor elke deelnemer of elke groepje deelnemers een ‘verzorger’ moet worden gevonden die veel tijd wil investeren, is een minpunt van deze methode.
Shadowing Technique
Bedacht door wie en wanneer
De Shadowing technique of kortweg Shadowing (‘schaduwen’) is bedacht in de vroege jaren 2000 door Alexander Argüelles; een Amerikaanse taalkundige en polyglot.
Kenmerken van de Shadowing Technique
Shadowing is een methode die studenten zelfstandig kunnen toepassen om de uitspraak en intonatie te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Het is een eenvoudige techniek van Shadowing: de lerende luistert naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en herhaalt wat hij of zij hoort. Het is niet van belang om de tekst in de vreemde taal ook te begrijpen; het gaat in de eerste instantie om de klank. Luisteren en daarna herhalen wordt net zo veel geoefend tot het moment het heel gemakkelijk gaat en de lerende simultaan met de opname kan spreken. De lerenden gebruiken na enige tijd een transcript om te kunnen lezen (en te begrijpen) wat zij hebben uitgesproken. Zolang er maar dialogen in staan of delen met samenhangende tekst, zijn diverse leerboeken geschikt voor deze methode. De audio-opnames dienen idealiter wat boven het niveau van de lerende te liggen. De ideale lengte is ruwweg één pagina, op een natuurlijke snelheid en zonder kunstmatige pauzes in te lassen. Omdat lichamelijke beweging de opname van de te leren taal in het zenuwstelsel versterkt, doet Alexander Argüelles de aanbeveling om te gaan lopen tijdens het spreken, het liefst in de buitenlucht, en niet te gaan zitten. Dat de lerenden minder gauw worden afgeleid als zij bewegen, waardoor het leren van de taal aanzienlijk effectiever wordt, is een andere reden.
Shadowing heeft veel gemeen met de audiolinguale methode uit de twintigste eeuw, maar het verschil is dat de audiolinguale methode gebruikmaakte van grammaticale driloefeningen in plaats van dialogen of samenhangende tekst. Bij Shadowing is ook simultaan spreken anders.
Populariteit
In de afgelopen jaren is veel onderzoek naar Shadowing gedaan dat aantoont dat de techniek zowel de uitspraak als de luistervaardigheid sterk verbetert. Maar eveneens het algemene begrip van de nieuwe taal wordt vergroot.
Voor- en nadelen van de Shadowing Technique
Shadowing heeft als praktisch pluspunt dat het kan worden toegepast in een groep van lerenden, waarbij elke deelnemer individueel actief leert. Het rendement van Shadowing is hoog.
De Shadowing-techniek heeft als nadeel is dat lerende het soms een beetje saai kan kunnen vinden om dezelfde tekst te blijven herhalen. De keuze van de tekst is dus van groot belang.
Total Physical Response (TPR®)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse psycholoog James Asher ontwikkelde in de jaren zestig van de vorige eeuw de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd.
Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)
TPR® is een methode om talen te leren die op het idee gebaseerd is dat mensen leren door middel van bewegingen en handelingen. Al doende leert men, en wel op de manier zoals kinderen hun moedertaal leren. Ouders geven continu taken aan hun jonge kinderen en belonen hen als ze die taken uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoenen maar aan”, enz.). Het is in de eerste plaats de bedoeling dat het kind begrijpt wat de ouder zegt, in een later stadium gaat het kind verbaal reageren. De luistervaardigheden vormen dus de basis, daarna volgen de spreekvaardigheden.
De methode van TPR® past deze grondslagen van de moedertaalverwerving versneld toe bij het leren van een vreemde taal. De trainer geeft op een vriendelijke en begrijpelijke wijze taken, bijvoorbeeld: “pak het boek” en doet zelf de taken voor; de lerenden doen deze taken na. In het begin wordt nog niet van de studenten verwacht dat zij praten; de studenten geven de opdrachten in een later stadium. Opdrachten die bekend zijn worden verder uitgebreid of gedeeltelijk gewijzigd.
Door het combineren van beweging en spraak, appelleert TPR® aan de beide hersenhelften. Het kost daardoor minder moeite om iets te leren en de geleerde stof beklijft ook beter.
Populariteit
Hoofdzakelijk wordt TPR® gebruikt binnen het NT2-onderwijs (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginners en ook wel bij Engels taalonderwijs op de basisschool. Maar ook middelbare scholieren of volwassenen werken met veel plezier met Total Physical Response en behalen hierbij goede resultaten.
Voor- en nadelen van Total Physical Response
De methode van Total Physical Response heeft veel voordelen. Doordat studenten veel begrijpelijke input krijgen aangeboden in ‘chunks’ (woorden die bij elkaar horen), krijgen zij snel begrip van de nieuwe taal. De methode zorgt voor vlotte succeservaringen. Dit bevordert het plezier in het leren van de nieuwe taal. Dit zorgt voor stressvrij leren. In principe is TPR® bruikbaar voor elk type doelgroep, ongeacht de achtergrond of de leeftijd en kan de leermethodiek ook in wat grotere klassen worden toegepast. De geleerde taal wordt direct opgeslagen in het langetermijngeheugen van de lerende.
Het feit dat niet elke taaluiting in TPR®-opdrachten uit te drukken is, is het nadeel van TPR®. Dit is de reden dat de leermethodiek tot op een bepaald niveau werkt en daarnaast een andere leermethodiek (ter aanvulling) nodig is. De methode is ook niet erg creatief. Studenten leren niet om meningen, gevoelens en ideeën te uiten.
De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)
Bedacht door wie en wanneer
De Duits-Amerikaanse linguïst Maximilian Delphinius Berlitz bedacht eind jaren tachtig van de negentiende eeuw de Directe Methode. Deze methode wordt ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd. De Directe Methode is ontwikkeld als reactie op de dominante grammatica-vertaalmethode.
Kenmerken van de Directe Methode (DM)
Er ontstond een Reformbeweging rond het jaar 1900 met nieuwe ideeën dat het leren zelfontdekkend en inductief moest zijn. De Reformbeweging betrof overigens niet alleen het leren van talen, maar eveneens voeding, natuurgeneeskunde, kleding en naturisme. Rond 1900 streefde men, net zoals in de jaren 60 van de vorige eeuw, naar meer natuurlijke manieren van leven en een bevrijding van keurslijven. Er ontstond in het taalonderwijs veel aandacht voor ‘levende’, gesproken taal. Hierbij werd grammatica meer inductief geleerd, met voorbeeldzinnen. De taalregels moesten studenten hieruit afleiden. Er kwamen veel mondelinge oefeningen met veel aandacht voor de uitspraak van de taal. Studenten werden gestimuleerd veel te praten. Het was ook een nieuw verschijnsel dat de taallessen in de doeltaal werden gegeven. Tijdens de les werd nadrukkelijk niet vertaald. De vocabulaire werd aangeleerd aan de hand van afbeeldingen en voorbeelden. Abstracte vocabulaire werd aangeboden door de studenten zelf om ideeën te laten associëren.
Populariteit
Deze vernieuwingsgolf van begin twintigste eeuw ebde weg, deels onder invloed van de crises en oorlogen, om in de jaren zestig weer een andere vorm te krijgen.
Taleninstituten als Interlingua en Berlitz werken nog altijd met (een moderne vorm van) de Directe Methode.
Voor- en nadelen van de Directe Methode
Dat het een vrij natuurlijke manier is om een vreemde taal te leren, is het belangrijkste voordeel van de Directe Methode. Bij de methode wordt veel aandacht besteed aan luisteren en spreken. Hierdoor ontwikkelen lerenden zelfvertrouwen en vloeiendheid in de vreemde taal. Aan deze leermethode kleven echter ook keerzijden. De methode schenkt nauwelijks aandacht aan de schrijfvaardigheid en ook minder aandacht aan lezen in de vreemde taal. De methode biedt voor meer gevorderde studenten niet genoeg uitdagingen. De Directe Methode is tevens niet heel bruikbaar voor minder snel lerende studenten, omdat deze leermethode is gestoeld op een dynamische inzet vanuit de studenten.
De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)
Bedacht door wie en wanneer
Jean Manesca publiceerde An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”) in 1835. In 2015 ging An oral system of teaching living languages in herdruk.
Kenmerken van de Manesca-methode
De Manesca-methode is gebaseerd op hetzelfde principe als de Natural Approach (‘natuurlijke aanpak’): de beste manier om een taal te leren, is die kinderen hun moedertaal leren. Een vreemde taal leren moet veilig en gemakkelijk zijn. Om die reden wil Manesca niet met abstracte regels en woordenlijstjes werken die uit het hoofd geleerd dienen te worden.
De Manesca-methode geldt als de oudste, bekende, volledige taalcursus. De Manesca-methode is gebaseerd op het werken met een groep van studenten en een taaltrainer, die één nieuw woord tegelijk introduceert. Bij elk woord hoort een bepaalde beweging. De studenten herhalen daarna één voor één het woord en deze beweging. De herhalingen helpen de lerenden deze woorden te onthouden, zonder dat uit het hoofd leren nodig is. De woorden vormen stap voor stap zinnen en weer variaties op de zinnen. Spelling wordt aangeboden in een later stadium met leesteksten.
De methode van Jean Manesca is al een aantal jaren later overgenomen en aangepast door de Duitse grammaticaschrijver en taaldocent Heinrich Gottfried Ollendorff en wordt ook wel de Ollendorff-methode genoemd.
Populariteit
Manesca is twee jaar na publicatie van zijn leermethode overleden. Zijn werk is overgenomen en verder ontwikkeld door anderen, onder wie Ollendorff. Een groot deel van de ideeën van Manesca zijn nog steeds actueel en worden nog steeds toegepast in het moderne vreemdetalenonderwijs.
Voor- en nadelen van de Manesca-methode
De combinatie van spreken en bewegingen maken, waardoor het fysieke geheugen meewerkt en de geleerde stof gemakkelijker en langduriger door de lerenden wordt onthouden, geldt als de sterke kant van de Manesca- of Ollendorff-methode. Het veelvuldige herhalen draagt daar ook aan bij. Dat het wat saai kan worden om dezelfde woorden en zinnetjes steeds te herhalen, kan door studenten als een minpunt worden gezien.
Silent Way
Bedacht door wie en wanneer
The Silent way (‘de stille manier’) is door de Egyptenaar Caleb Gattegno ontwikkeld in 1963.
Kenmerken van de Silent Way
The Silent Way is een manier om een taal te leren die stilte als instructiemiddel gebruikt. De autonomie van de lerende en diens actieve deelname is het uitgangspunt van de methode van Gattegno.
De taaldocenten gebruiken een combinatie van stilte en gebaren om de aandacht van de lerende te trekken, reacties uit te lokken en hem of haar aan te moedigen om foutjes te corrigeren. De methode besteed veel tijd aan de uitspraak.
Gattegno, die van oorsprong een wiskundige was, vond het belangrijk om les te geven op een wijze die efficiënt was voor de hoeveelheid energie van de lerenden. Caleb Gattegno ontdekte dat het relatief weinig energie kost om een auditief of visueel beeld te onthouden, veel minder energie dan wanneer mensen proberen om dingen uit het hoofd te leren. Caleb Gattegno verklaarde dat taaldocenten niet naar kennisoverdracht an sich dienen te streven, maar het bewustzijn aan dienen te boren, omdat alleen het het bewustzijn het mogelijk maakt om dingen te leren.
Eén van de hulpmiddelen waar The Silent Way van Gattegno gebruik van maakt, zijn gekleurde staven (zogenaamde cuisenaire-staven) die voor allerlei dingen kunnen worden gebruikt. De methode maakt eveneens gebruik van Words in Colour; een kleurenkaart voor klanken waarin elke kleur een specifieke klank van de taal vertegenwoordigt, gekleurde woordgrafieken om aan zinnen te werken en gekleurde grafieken die worden gebruikt voor het leren van de spelling.
Populariteit
Gattegno’s ideeën zijn van betekenis geweest, vooral bij het leren van de uitspraak van de doeltaal, alhoewel de Stille Methode in zijn oorspronkelijke versie niet veel meer wordt gebruikt.
Voor- en nadelen van de Silent Way
De sterke kant van de leermethode van Caleb Gattegno is dat zijn aanpak niet-bedreigend is voor lerenden, die immers worden gezien als autonoom. In feite is de trainer dienstbaar aan de student en niet andersom. Met The Silent Way wordt het leren op een natuurlijke manier gestimuleerd. De geleerde stof wordt vaak goed verwerkt en onthouden door de taallerenden uit te dagen nieuwe dingen te ontdekken. De student ‘mag’ fouten maken. Dit draagt bij aan het leerproces.
Een nadeel van de methode kan zijn dat sommige studenten wat meer begeleiding nodig hebben dan de methode voorstaat. Een lerende zou gefrustreerd kunnen raken door de afwezigheid van input van de docent. Met kleuren en grafieken werken, heeft als keerzijde dat de nieuwheid er vrij gauw af is, waardoor het effect verdwijnt.
TPR Storytelling
Bedacht door wie en wanneer
TPR Storytelling of ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. De methode van TPR Storytelling is door Blaine Ray ontwikkeld in 1990, van oorsprong een Amerikaanse docent Spaans, en komt uit de TPR-methode (Total Physical Response) voort.
Kenmerken van TPR Storytelling
De TPRS-methode is een talenverwervingsmethode die verhalen gebruikt om talen te leren. Het uitgangspunt is een natuurlijke wijze van taalverwerving: een vreemde taal leren zoals kinderen hun moedertaal leren. De lerenden worden blootgesteld aan veel begrijpelijke input om dit te bereiken. De trainer vertelt een verhaal, waarin nieuwe woorden meerdere keren voorkomen. De verhalen zijn nooit te lang en interessant of humoristisch. Studenten voelen zich ontspannen omdat de verhalen eenvoudig te begrijpen zijn. Zo worden woorden en structuren van de nieuwe taal ongemerkt opgeslagen in het langetermijngeheugen van de lerende. De taaldocent wijst de student op grammaticale verschijnselen, zonder dat studenten regels van de nieuwe taal uit hun hoofd hoeven te leren.
De studenten zullen na een poosje ‘automatisch’ gaan spreken en de grammaticale structuren van de nieuwe taal imiteren. Dit is een natuurlijk proces. Een variant is om met een groepje studenten een verhaal op te bouwen. De docent schrijft bij deze methode eerst nieuwe woorden en structuren op het bord, met de vertaling erbij en daarna met de lerenden een verhaal te maken. Tot slot vertellen de studenten het verhaal na. Lezen is een belangrijk onderdeel van TPR Storytelling, doordat dit zorgt voor input. Schrijven volgt in een later stadium.
Populariteit
Er zijn veel onderzoeken gedaan die uitwijzen dat TPRS een geslaagde manier is om een vreemde taal te verwerven. Randvoorwaarden zijn er wel: de setting dient geschikt te zijn en de taaltrainer dient goed getraind te zijn.
Voor- en nadelen van TPR Storytelling
TPRS is een laagdrempelige manier van taalverwerving en de geleerde stof wordt goed onthouden. Doordat TPRS ook de creatieve intelligentie aanboort, is TPRS een breinvriendelijke leermethode. Het is plezierig voor de student en het is relatief gemakkelijk om de focus te behouden. Zelf een verhaal maken, werkt heel motiverend voor de lerenden.
Dat TPR Storytelling veel voorbereiding van de taaldocent vraagt, is een nadeel.
COMMERCIËLE METHODES VOOR ZELFSTUDIE
De Rosetta Stone methode
Bedacht door wie en wanneer
De Rosetta Stone-methode is naar de zogenaamde de Steen van Rosetta vernoemd, een steen die in Egypte is ontdekt met een tekst in twee talen, waarmee de hiërogliefen konden worden ontcijferd. Het is eveneens de naam van het softwarebedrijf dat de taalcursussen aanbiedt. De eerste versie van Rosetta Stone is in het jaar 1996 uitgebracht.
Kenmerken van de Rosetta Stone methode
De Rosetta Stone methode is een manier om met behulp van een computer een vreemde taal te leren. Deze taalcursussen zijn beschikbaar in ruim dertig verschillende talen en de cursussen zijn vanuit elk van deze talen te volgen.
De Rosetta Stone-methode is een zogenaamde communicatieve methode, die de manier imiteert waarop een kind zijn of haar moedertaal leert. Dat wil zeggen ‘leren door middel van onderdompeling’, door veel te luisteren en na te spreken. Het programma gebruikt hier foto’s en stemmen van native speakers (moedertaalsprekers) voor voor het overbrengen van de betekenis van nieuwe woorden. De methode maakt gebruik van spraakherkenningsprogramma. Dit programma registreert de uitspraak en maakt hier een schematische weergave van. De gebruikers kunnen zo hun uitspraak van de nieuwe taal met die van een native speaker (moedertaalspreker) vergelijken. Door de voorbeeldstem wat langzamer te laten praten en daarna veel na te spreken, kan uitspraakverbetering behaald worden.
Voor de schrijfvaardigheid van de lerende zijn er dictee-oefeningen. De software van de methode controleert de grammatica en de spelling en geeft fouten aan, waarbij mogelijkheid is om deze fouten van de student te corrigeren.
Het programma omvat eveneens leesteksten. De teksten gaan over dagelijkse onderwerpen, activiteiten en ideeën.
Populariteit
Wereldwijd wordt de methode van Rosetta Stone veelvuldig toegepast en niet door de minsten. Onder andere het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken en de NASA maken er gebruik van. Rosetta Stone wordt in ons land ingezet door enkele ministeries en diverse universiteiten en hogescholen en eveneens door een aantal internationale organisaties.
Voor- en nadelen van de Rosetta Stone methode
De Rosetta Stone-methode is zeer eenvoudig in het gebruik en kan door de studenten worden gebruikt op elk moment. De student bepaalt zelf welke onderdelen van de methode meer of wellicht minder aandacht nodig hebben. Velen vinden het prettig om de leermethodiek te gebruiken. Bij een gebrek aan taaltrainers kan Rosetta Stone voor scholen een oplossing zijn. Een minpunt kan zijn dat er geen docent beschikbaar is om de studenten te motiveren of iets extra’s te kunnen bieden.
De Pimsleur methode
Bedacht door wie en wanneer
De taalcursussen van Pimsleur zijn Amerikaans taalkundige Dr. Paul Pimsleur ontwikkeld. De eerste Pimsleur taalcursus was een cursus Grieks, die Paul Pimsleur in 1963 introduceerde.
Kenmerken van de Pimsleur methode
De methode van Pimsleur is een computerprogramma om nieuwe talen te leren.
De cursus bestaat uit zinnen/dialoog die door lerenden worden nagesproken en herhaald. Deze zinnetjes zijn ingesproken door moedertaalsprekers. De cursus is gebaseerd op herhaling, anticipatie, woordenschat en wederom herhaling. De lessen bieden een audio-opname van een half uur die nieuwe vocabulaire en structuren bevat. De grammaticale structuren van de doeltaal worden niet uitgelegd maar aangeboden via uitbreiding van, en variaties op, deze zinnen.
Dr. Pimsleur heeft het optimale interval onderzocht waarmee kennis van het kortetermijngeheugen overgaat naar het langetermijngeheugen. Dit (gemiddelde) interval is in de cursussen van Pimsleur verwerkt.
Populariteit
Onder andere in Amerika worden de taalcursussen van Pimsleur gebruikt en de ervaringen met Pimsleur variëren. De gebruikers zijn in het algemeen tevreden over de aangeleerde uitspraak van de vreemde taal.
Voor- en nadelen van de Pimsleur methode
Doordat de insprekers allemaal moedertaalsprekers (native speakers) zijn en op een natuurlijke wijze in een normaal tempo praten, werkt de methode van Pimsleur erg goed als uitspraakverbeteraar.
Dat er niets uitgelegd wordt, is een keerzijde van de methode van Pimsleur. Studenten leren geen bouwstenen van de doeltaal om zelf een zin te maken, maar moeten het met duizenden voorbeeldzinnen doen die uit het hoofd worden geleerd.
De Michel Thomas methode
Bedacht door wie en wanneer
De Michel-Thomas-methode is bedacht, niet verwonderlijk, door Michel Thomas (geboren als Moniek Kroskof); een in Polen geboren genaturaliseerde Amerikaan. Michel Thomas ontwikkelde zijn methode kort na de Tweede Wereldoorlog in zijn eigen taleninstituut in Beverly Hills, Los Angeles, die beroemdheden als Diana Ross, Barbra Streisand, Emma Thompson, Mel Gibson, Bob Dylan en Pierce Brosnan tot de klantenkring kan rekenen.
Kenmerken van de Micheal Thomas methode
Michel Thomas’ principe was dat iemand alleen in staat is om te leren als hij of zij vrij is van stress. Michel Thomas begon met de studenten duidelijk te maken dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ze iets zouden vergeten.
De taalcursussen van Michel Thomas zijn audiolessen die zijn ingesproken door twee acteurs; een mannelijke en een vrouwelijke. De setting is bij Michel Thomas een virtueel klaslokaal, waarin de student als de derde student fungeert. De student luistert mee met de lessen van de acteurs. Wanneer de acteurs een vraag gesteld wordt, is het idee dat de gebruiker op pauze drukt en deze vraag eerst zelf beantwoordt. Er wordt geen huiswerk gegeven en er hoeft niet uit-het-hoofd te worden geleerd. Bij de methode worden de lessen opgebouwd in kleine delen en stof die nieuw is, wordt afgewisseld met stof die al bekend is. Bij de Michel Thomas-methode is de uitleg steeds in het Engels. Er wordt op verbanden tussen de talen gewezen, als die verbanden er zijn. Grammaticale uitleg wordt eveneens gegeven. Bij de methode van Michel-Thomas wordt makkelijke stof eerst aangeleerd, moeilijkere stof wordt pas aangeboden nadat de studenten het voorgaande begrepen en verworven hebben. Behalve woorden en zinnetjes worden eveneens bouwstenen aangeleerd. Hiermee kan de gebruiker zelf zinnetjes bouwen. De leermethodiek maakt ook gebruik van flashcards zodat gebruikers zelf hun vocabulaire kunnen toetsen alsook online oefeningen kunnen maken om hun eigen voortgang te meten.
Populariteit
Veel lerenden vinden de Michel Thomas-methode prettig werken en ze zijn tevreden over de uitleg van de structuren van de vreemde taal. De mensen die al wat verder gevorderd zijn, ervaren de cursussen als wat minder leerzaam.
Voor- en nadelen van de Micheal Thomas methode
De cursus van Michel Thomas zijn toegankelijk en trainen luistervaardigheid en uitspraak op een efficiënte wijze. Dat deze cursussen niet in schrijfvaardigheid voorzien, kan als een nadeel worden gezien. Een daadwerkelijke interactie is er ook niet, omdat de methode van Michel Thomas audiocursussen zijn.
De Assimil methode
Bedacht door wie en wanneer
Assimil is een Frans bedrijf, opgericht door schrijver en polyglot Alphonse Chérel in het jaar 1929. Het bedrijf maakt cursussen voor vreemde talen en publiceert deze en het begon met het eerste boek Anglais sans Peine.
Kenmerken van de Assimil methode
‘Assimileren’ betekent letterlijk ‘mengen met, opgaan in de andere groep’, wat voor taalcursussen wel een hooggegrepen streven is. De Assimil-taalcursussen zijn zelfstudielessen die bestaan uit een lesboek, audio-CD’s alsook een USB-stick. De cursist werkt bij voorkeur ongeveer twintig minuten per dag.
De taallessen bestaan uit dialogen die worden beluisterd, nagesproken en gelezen. De vertaling staat hiernaast, met de uitleg van de grammatica. Om de uitspraak te oefenen, maakt de methode gebruik van zinnen die door native (moedertaal) speakers zijn ingesproken en die de cursist daarna herhaalt. De opbouw is van receptief naar productief: in de eerste lessen wordt nog geen taalproductie verwacht van de gebruikers; dit komt pas na ongeveer 50 taallessen.
Populariteit
De Assimil-cursussen zijn gewaardeerd. Ze zijn relatief betaalbaar en het aanbod aan talen is groot.
Voor- en nadelen van Assimil
Het pluspunt van de methode van Assimil is dat de lerende op zijn of haar eigen tempo kan leren op het moment dat dit het beste past. Het nadeel hierbij is, geldt wat voor alle computertaalcursussen, dat de cursist is overgeleverd aan zichzelf. Er is geen trainer om de cursist te motiveren of te begeleiden.
Er bestaat ook een uitgebreid aanbod aan complete taalcursussen voor zelfstudie: uTalk, Eurotolk Ultimate en online methoden zoals Babbel, Duolingo, Mondly en Quizlet.
Er is echter een betere manier om een taal te leren om talen te leren: De Dagnall Methode.
Het inmiddels alom bekende hoge rendement van Dagnall Talen wordt behaald door bepaalde elementen van deze bekende leermethoden toe te passen, maar vooral doordat de focus steeds ligt op de cursist(en), bijvoorbeeld; is deze persoon auditief, visueel of wellicht kinesthetisch aangelegd? Hoe leert hij of zij het makkelijkst? Wat moet of wil deze cursist eigenlijk leren?
Wat is de voorgeschiedenis van de cursist op het gebied van taaltraining? Wat vindt deze cursist lastig? Hoe zelfverzekerd is de cursist, enz.?
Hoe behaalt Dagnall Talen zo’n hoog rendement? Ons taleninstituut geeft taalcursussen bij voorkeur face-to-face. We werken in kleine groepen of individueel dan wel in duo-verband (twee personen). Daarnaast biedt Dagnall Talen een online leerplatform en een eigen app, beide met woordenlijsten en zinnen. Indien gewenst, kan de app worden geladen met jargon van uw bedrijf of organisatie.
Tot slot beschikken de docenten over veel eigen lesmateriaal en spelen ze continu in op actuele thema’s en ontwikkelingen die voor de cursist interessant kunnen zijn. Onze taaltrainers zijn zeer bedreven in het plezierig en vlot aanleren van een taal, zodat de verworven kennis en vaardigheden snel in de praktijk toegepast kunnen worden.
Visueel, auditief of kinesthetisch? Door met de natuurlijke wijze van leren rekening te houden en hier goed op in te spelen, behaalt Dagnall Talen het hoogste rendement bij haar taaltrainingen. Een bijkomend voordeel is dat dit uitgekiende maatwerk als een zeer prettige methode wordt ervaren door zowel onze cursisten als onze taaldocenten. Onze door de jaren heen ontwikkelde en verfijnde werkwijze is niet alleen het handelsmerk van Dagnall geworden, maar ze creëert ook de meerwaarde van onze maatwerktrainingen.
Betaalbaar maatwerk sinds 1982
Daarom Dagnall!
toptrainers maatwerk door heel Nederland ISO 9001:2015 gecertificeerd, NRTO-keurmerk Btw vrijgesteld
Betekenis termen ‘online’, ‘e-learning’ en ‘blended’
‘Online’ en ‘e-learning’ zijn verzamelnamen voor (taal)cursussen die online kunnen worden gevolgd, dus op afstand. Men noemt het wel een virtual classroom, met andere woorden een ‘digitaal leslokaal’. Het zogenaamde blended learning is een vorm van training waarbij face-to-face-sessies (klassikale sessies) met online leren in een online leeromgeving worden gecombineerd. Simpel uitgelegd: face-to-face (fysiek les) + online = blended learning. Dagnall Taleninstituut biedt op maat gemaakte e-learningtrajecten in Den Haag.
Online een vreemde taal leren (e-learning)
Enkele voorbeelden van digitale platformen die voor online communiceren en leren kunnen worden gebruikt, zijn Zoom, Microsoft Teams, Google Meet, Skype, StarLeaf, Cisco Webex, Whereby en Miro.
Blended cursussen in Den Haag
Het voordeel van blended learning ten opzichte van online leren is dat, indien het geen 1-op-1 les betreft, cursisten bij blended learning met afwisseling wel zogeheten ‘classroominteractie’ ervaren; zoals persoonlijke interactie; gesprekken met en motivatie van andere cursisten.
100% maatwerk – ook online! Vanzelfsprekend biedt Dagnall Taleninstituut ook blended learning in Den Haag op maat.
Online leerplatform
Online leerplatform Dagnall Taleninstituut biedt een eigen digitale leeromgeving met een interactief leerplatform; Dagnall.online. Het platform Dagnall.online biedt interactieve en gevarieerde content en het is een integraal onderdeel van een digitaal leertraject. Het Dagnall platform biedt interactieve mogelijkheden en zorgt op deze manier voor een optimaal leerrendement bij een digitale leergang.
De Dagnall App
Dagnall Taleninstituut biedt naast het online leerplatform eveneens een eigen App voor zowel Android als Apple. Het grote voordeel van de Dagnall App is dat een cursist overal en altijd, dus 24/7, toegang heeft op elk (mobiel) apparaat. Zowel op het werk maar ook thuis of onderweg, zoals op reis in het buitenland. Zo kunnen cursisten dus een taal leren wanneer en waar het hen schikt. De inhoud van de oefeningen in de Dagnall App worden afgestemd op de behoefte van uw bedrijf of organisatie zoals het taalniveau, de leerdoelen en de branche. Wij kunnen bijvoorbeeld woordenlijsten, speciek jargon, technische termen, productnamen en juridische termen integreren in de App. De App kan dus heel praktijkgericht worden gebruikt en de App blijft ook na afloop van de training in Den Haag is afgerond. Dagnall Taleninstituut zorgt ook bij digitale leerpaden voor uitstekend en spelenderwijs leren.
Voorsprong door maatwerk online en blended taaltraining
Telefoongesprekken, e-mailcorrespondentie, onderhandelingen en/of vergaderingen met zakenpartners en klanten zijn op het gebied van taal veelal een uitdaging. Diegenen die meerdere talen spreken, zijn in veel bedrijven en organisaties daarom cruciaal.
Online en blended taaltrainingen op maat
Dagnall leert u door middel van professionele online & blended taalcursussen te communiceren. Als u internationaal meertalig succesvol wilt zijn, leer dan uw gesprekspartners te begrijpen en zorg dat u ook begrepen wordt. Wilt u uw taalvaardigheid verbeteren voor uw toekomstige of huidige functie? De taaltrainingen van Dagnall Talen bieden beroepsgerichte training. Onze taaltrainingen zijn (betaalbare) maatwerktrainingen en eveneens beschikbaar als onlinecursus & blended taalcursus. Een onlinecursus of blended taalcursus is even effectief en van hoge kwaliteit als een fysieke cursus en daarnaast nog eens comfortabel.
Een onlinecursus en ook een blended taalcursus kan overal gevolgd worden; thuis, op kantoor, op (zaken)reis of op een bedrijfslocatie. Onlineplatforms voor zakelijke en technische taaltrainingen online
Zakelijke en technische taalcursussen online geeft Dagnall Talen via onlineplatforms zoals Zoom, Teams, Skype of een ander onlineplatform naar keuze. Zoom wordt in het algemeen beschouwd als het meest gebruiksvriendelijk en biedt interactie en variatie.
Virtuele Classroom voor een individuele of groepstraining
Alleen het onderstaande is nodig voor cursussen in een virtuele classroom: - Een laptop, tablet of pc met een microfoon en een camera - Een internetverbinding - Een rustige (leer)omgeving - Door ons beschikbaar gesteld cursusmateriaal
De online en blended taalcursussen van Dagnall Talen worden gekenmerkt door:
Vakbekwaamheid van de taaldocenten
De online alsook de blended taalcursussen worden door onze toegewijde en gekwalificeerde moedertaal (native) docenten verzorgd
Onze docenten hebben jarenlange ervaring in het geven van taalcursussen aan bedrijven en (semi-)overheidsorganisaties
De trainers van Dagnall zijn universitair of HBO geschoold en hebben een onderwijsaantekening
&
Duidelijke structuren – snelle leervorderingen
De blended en online taalcursussen van Dagnall Talen zijn maatwerktrainingen die speciaal op uw wensen en behoeften afgestemd worden
De inhoud van de cursus wordt aan het leerplan aangepast om structuur te geven aan het leerproces
Een duidelijke structuur helpt om de taaldoelen op een snelle en zelfverzekerde manier te bereiken
De online (of blended) taalcursus bestaat uit livesessies en schriftelijke opdrachten. In de livesessies past u de woordenschat en de structuur die u in de voorbereiding en voortzetting van de lessen hebt geleerd, actief toe
Door de combinatie van videosessies en zelfstudie zijn de bereikte resultaten van de blended- en onlinecursussen gelijk aan die van onze face-to-face cursussen
Lesreeksen kunnen eventueel opgenomen worden, zodat de cursisten thuis alles meerdere malen kunnen herhalen en niets hoeft te missen
Onze taaltrainers geven naast de taalcursussen ook tips voor verdere digitale zelfstudiemogelijkheden
Vakbekwaamheid en structuur zorgen voor een goede wisselwerking tussen de taaltrainer en de cursist en zijn van groot belang voor het succes van taaltrainingen .
Profiteer nu ook van blended- of onlinecursussen gegeven door ons gerenommeerde taleninstituut met jarenlange ervaring!
Voorafgaand aan uw cursus bij ons taleninstituut in Den Haag ontvangt u het Dagnall cursuspakket. Het handige Dagnall koffertje bestaat uit milieuvriendelijk materiaal en is ook zeer geschikt om daarin losbladig, actueel leermateriaal, dat tijdens de lessen wordt behandeld, op te bergen. Hieronder ziet u een foto van het cursuspakket van Dagnall Taleninstituut dat onder andere een Dagnall pen, schrijfblok en divers ander cursusmateriaal bevat.
Na afloop van uw cursus bij ons taleninstituut in Den Haag ontvangt u het Dagnall certificaat. Op de achterkant van het certificaat van het Taleninstituut Dagnall staan zowel uw startniveaus alsook de behaalde eindniveaus van uw nieuwverworven taalvaardigheden. Deze vaardigheden zijn opgedeeld in spreekvaardigheid, luistervaardigheid, leesvaardigheid en schrijfvaardigheid. Hieronder ziet u een foto met een voorbeeld van het Dagnall Certificaat.
Voor aanvang van de cursus krijgt de cursist een intake, om een beeld te krijgen van het taalniveau bij het begin. Aan de hand van het Europees Referentiekader (ERK) wordt dit taalniveau bij het begin omschreven. Het niveau van het Europees Referentiekader is een internationaal erkend taalniveau.
Na afloop van de cursus bij ons taleninstituut in Den Haag ontvangt de cursist het ‘Dagnall Talen-certificaat’.
Niveaubepaling volgens het Europees Referentiekader
Het ERK is een Europese standaard om taalniveaus te kunnen definiëren. Het Europees Referentiekader is tussen het jaar 1989 en 1996 door de Raad van Europa samengesteld. Het Europees Referentiekader typeert vijf vaardigheden met betrekking tot taal, te weten: lezen, luisteren, schrijven, spreken en het voeren van gesprekken. De Engelse naam wordt ook veel gebruikt: Common European Framework of References; CEFR. Het Europees Referentiekader (ERK) hanteert ook 6 niveaus van taalbeheersing, van beginner tot vrijwel moedertaalspreker. De niveaus van taalvaardigheid zijn van laag naar hoog als A1, A2, B1, B2, C1 en C2 gekwalificeerd.
Taalniveau A is van toepassing op beginners. Een cursist die taalniveau B beheerst, bezit alle basisvaardigheid in de Franse taal. Taalniveau C is van toepassing op gevorderden die de Franse taal met groot gemak kunnen verstaan, spreken, lezen en schrijven. Wie een vreemde taal kent op niveau C, beheerst deze taal op vrijwel moedertaalniveau.
A1 Basisgebruiker - Breakthrough Level
Luisteren
Kan basiszinnen over een vertrouwd onderwerp begrijpen, als de gesprekspartner langzaam en duidelijk spreekt, eenvoudige woorden gebruikt en bereid is te herhalen.
Spreken
Kan zichzelf voorstellen en kan vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens (waar iemand woont, of iemand getrouwd is of kinderen heeft).Kan familie of bekenden en woonomgeving beschrijven en vragen naar familie of woonomgeving van gesprekspartner beantwoorden.Kan in korte zinnen vertellen waar hij of zij werkt en wat hij of zij doet. Kan vragen naar het werk van de gesprekspartner.
Lezen
Kan eenvoudige, alledaagse uitdrukkingen en korte geschreven zinnen begrijpen over vertrouwde onderwerpen als er enige ondersteuning is door illustraties, foto’s of film.Kan eenvoudige mededelingen begrijpen, bijvoorbeeld op uithangborden in een winkel.
Schrijven
Kan een formulier invullen met persoonlijke gegevens.Kan een korte e-mail of een kaartje sturen met bijvoorbeeld een groet of felicitatie.
B1 Onafhankelijk gebruiker - Threshold Level
Luisteren
Kan de essentie begrijpen van een gesprek over persoonlijke zaken, familie, werk, studie, reizen en vrije tijd, wanneer er duidelijk wordt gesproken. Kan de essentie begrijpen van de meeste radio- of televisieprogramma’s over actuele zaken of onderwerpen die hem of haar interesseren in de standaardtaal, wanneer er betrekkelijk langzaam en duidelijk wordt gesproken.
Spreken
Kan zich in de meest voorkomende situaties redden wanneer hij of zij in het gebied is waar de taal wordt gesproken. Kan onvoorbereid gesprekken voeren over vertrouwde onderwerpen of onderwerpen die de persoonlijke belangstelling hebben (familie, werk, gebeurtenissen die zich voordoen, hobby’s, reizen). Kan zinnen op een eenvoudige manier aan elkaar verbinden. Kan ervaringen en gebeurtenissen beschrijven en hoop en ambities uitspreken. Kan een mening geven en voorkeur uitdrukken en motiveren. Kan de plot van een boek of film vertellen.
Lezen
Kan teksten begrijpen die voornamelijk bestaan uit frequente woorden, dagelijkse of aan het werk gerelateerde taal, bijvoorbeeld in brieven van de gemeente, energiebedrijf of telefoonmaatschappij. Kan de beschrijving van gebeurtenissen, wensen of gevoelens begrijpen in persoonlijke e-mails of brieven.
Schrijven
Kan een eenvoudige, samenhangende tekst schrijven over vertrouwde onderwerpen of onderwerpen die de persoonlijke belangstelling hebben (familie, werk, gebeurtenissen die zich voordoen, hobby’s, reizen). Kan een eenvoudige, samenhangende tekst schrijven over vertrouwde onderwerpen of onderwerpen die de persoonlijke belangstelling hebben (familie, werk, gebeurtenissen die zich voordoen, hobby’s, reizen).
Kan de meeste gesproken taal begrijpen, ook als deze niet goed gestructureerd is en wanneer verbanden impliciet zijn. Kan radio- of televisieprogramma’s en films in de standaardtaal zonder al te veel inspanning begrijpen.
Spreken
Kan zich spontaan en vloeiend uitdrukken zonder al te veel te moeten zoeken naar uitdrukkingen. Kan de taal soepel en effectief gebruiken in een zakelijke en sociale omgeving. Kan ideeën en meningen gedetailleerd verwoorden en een volwaardige bijdrage leveren aan een discussie. Kan een samenhangend betoog voeren over complexe zaken en daarbij subthema’s noemen, specifieke standpunten ontwikkelen en uitdragen en het betoog afronden met een passende conclusie.
Lezen
Kan complexe, langere teksten van uiteenlopende aard begrijpen, zowel zakelijk als literair. Kan impliciete betekenis, nuances, stijl en idioom herkennen. Kan gespecialiseerde artikelen en uitvoerige technische instructies begrijpen, ook als zij geen betrekking hebben op het eigen werkterrein.
Schrijven
Kan een heldere, gestructureerde en gedetailleerde brief, essay of verslag produceren over complexe onderwerpen. Kan uitgebreid standpunten uiteenzetten en overtuigen. Kan zijn of haar schrijfstijl aanpassen aan de doelgroep.
A2 Basisgebruiker - Waystage Level
Luisteren
Kan zinnen en vaak voorkomende uitdrukkingen begrijpen over vertrouwde onderwerpen en activiteiten, bijvoorbeeld de familie, woonomstandigheden, boodschappen doen, opleiding of werk. Verstaat de gesprekspartner als deze langzaam en duidelijk spreekt in de standaardtaal, maar kan het gesprek nog niet zelf gaande te houden. Begrijpt de essentie van korte, eenvoudige berichten en aankondigingen, bijvoorbeeld op radio, televisie of een station.
Spreken
Kan eenvoudige gesprekken voeren over alledaagse onderwerpen en vertrouwde situaties. Kan eenvoudige informatie uitwisselen. Kan in eenvoudige zinnen zijn of haar woon- of werkomgeving beschrijven, zijn of haar achtergrond en dagelijkse activiteiten. Kan een eenvoudig telefoongesprek voeren, bijvoorbeeld om informatie te vragen.
Lezen
Kan korte, eenvoudig geschreven teksten, brieven of e-mails begrijpen. Kan voorspelbare informatie halen uit eenvoudige korte teksten, zoals dienstregelingen, advertenties of menu’s.
Schrijven
Kan een kort briefje of e-mail schrijven over een vertrouwd onderwerp, bijvoorbeeld om iets af te spreken. Kan eenvoudige notities en korte boodschappen schrijven over directe behoeften.
B2 Onafhankelijk gebruiker - Vantage Level
Luisteren
Kan lezingen en betogen volgen en zelfs complexe redeneringen als het onderwerp redelijk vertrouwd is. Begrijpt de essentie van technische discussies in zijn of haar specialisatie. Kan de meeste radio- of televisieprogramma’s over actuele zaken begrijpen. Kan het grootste deel van de films in de standaardtaal begrijpen.
Spreken
Kan op een vloeiende en spontane manier deelnemen aan gesprekken met moedertaalsprekers zonder extra inspanning van de gesprekspartner. Kan actief meepraten in discussies over bekende thema’s en zijn of haar mening geven en onderbouwen. Kan de voor- en nadelen van diverse mogelijkheden of oplossingen uitleggen. Kan een gedetailleerde beschrijving geven van een groot aantal onderwerpen ook buiten de directe persoonlijke belangstelling.
Lezen
Kan artikelen en verslagen lezen over eigentijdse problemen en houding of standpunt van de schrijvers begrijpen. Kan de essentie van complexe teksten over abstracte of concrete onderwerpen begrijpen. Kan modern literair proza begrijpen.
Schrijven
Kan een standpunt verdedigen, informatie doorgeven of een essay of verslag schrijven. Kan brieven schrijven over uiteenlopende gebeurtenissen of persoonlijke ervaringen. Kan een heldere, gedetailleerde tekst produceren over uiteenlopende onderwerpen.
C2 Vaardig gebruiker - Mastery Level
Luisteren
Kan vrijwel alles wat hij of zij hoort gemakkelijk begrijpen, zowel in contact met een gesprekspartner als via de media. Kan accenten en tempo van moedertaalsprekers begrijpen als hij of zij enige tijd heeft om vertrouwd te raken met het soort accent. Kan idiomatische uitdrukkingen en complexe betogen begrijpen.
Spreken
Kan deelnemen aan ieder soort gesprek. Drukt zichzelf spontaan, vlot, vloeiend en genuanceerd uit, ook in meer complexe situaties. Gebruikt vaste uitdrukkingen en zegswijzen. Kan een heldere beschrijving of logische redenering presenteren in een stijl die past bij de context en in een duidelijke structuur. Kan informatie samenvatten, op een samenhangende manier argumenten, nieuwe inzichten of aandachtspunten aan de orde brengen.
Lezen
Kan zonder moeite alles begrijpen wat hij of zij leest. Dat geldt ook voor complexe betogen, abstracte of specialistische teksten, literatuur en idiomatische uitdrukkingen.
Schrijven
Kan een duidelijke en goed lopende tekst schrijven en daarbij rekening houden met de doelgroep. Kan complexe brieven, verslagen en artikelen met een logische structuur schrijven. Kan zichzelf vloeiend en precies uitdrukken en kan hierbij nuances in betekenis aangeven.
A1 Basisgebruiker - Breakthrough Level
Luisteren
Kan basiszinnen over een vertrouwd onderwerp begrijpen, als de gesprekspartner langzaam en duidelijk spreekt, eenvoudige woorden gebruikt en bereid is te herhalen.
Spreken
Kan zichzelf voorstellen en kan vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens (waar iemand woont, of iemand getrouwd is of kinderen heeft).Kan familie of bekenden en woonomgeving beschrijven en vragen naar familie of woonomgeving van gesprekspartner beantwoorden.Kan in korte zinnen vertellen waar hij of zij werkt en wat hij of zij doet. Kan vragen naar het werk van de gesprekspartner.
Lezen
Kan eenvoudige, alledaagse uitdrukkingen en korte geschreven zinnen begrijpen over vertrouwde onderwerpen als er enige ondersteuning is door illustraties, foto’s of film.Kan eenvoudige mededelingen begrijpen, bijvoorbeeld op uithangborden in een winkel.
Schrijven
Kan een formulier invullen met persoonlijke gegevens.Kan een korte e-mail of een kaartje sturen met bijvoorbeeld een groet of felicitatie.
B1 Onafhankelijk gebruiker - Threshold Level
Luisteren
Kan de essentie begrijpen van een gesprek over persoonlijke zaken, familie, werk, studie, reizen en vrije tijd, wanneer er duidelijk wordt gesproken. Kan de essentie begrijpen van de meeste radio- of televisieprogramma’s over actuele zaken of onderwerpen die hem of haar interesseren in de standaardtaal, wanneer er betrekkelijk langzaam en duidelijk wordt gesproken.
Spreken
Kan zich in de meest voorkomende situaties redden wanneer hij of zij in het gebied is waar de taal wordt gesproken. Kan onvoorbereid gesprekken voeren over vertrouwde onderwerpen of onderwerpen die de persoonlijke belangstelling hebben (familie, werk, gebeurtenissen die zich voordoen, hobby’s, reizen). Kan zinnen op een eenvoudige manier aan elkaar verbinden. Kan ervaringen en gebeurtenissen beschrijven en hoop en ambities uitspreken. Kan een mening geven en voorkeur uitdrukken en motiveren. Kan de plot van een boek of film vertellen.
Lezen
Kan teksten begrijpen die voornamelijk bestaan uit frequente woorden, dagelijkse of aan het werk gerelateerde taal, bijvoorbeeld in brieven van de gemeente, energiebedrijf of telefoonmaatschappij. Kan de beschrijving van gebeurtenissen, wensen of gevoelens begrijpen in persoonlijke e-mails of brieven.
Schrijven
Kan een eenvoudige, samenhangende tekst schrijven over vertrouwde onderwerpen of onderwerpen die de persoonlijke belangstelling hebben (familie, werk, gebeurtenissen die zich voordoen, hobby’s, reizen). Kan een eenvoudige, samenhangende tekst schrijven over vertrouwde onderwerpen of onderwerpen die de persoonlijke belangstelling hebben (familie, werk, gebeurtenissen die zich voordoen, hobby’s, reizen).
Kan de meeste gesproken taal begrijpen, ook als deze niet goed gestructureerd is en wanneer verbanden impliciet zijn. Kan radio- of televisieprogramma’s en films in de standaardtaal zonder al te veel inspanning begrijpen.
Spreken
Kan zich spontaan en vloeiend uitdrukken zonder al te veel te moeten zoeken naar uitdrukkingen. Kan de taal soepel en effectief gebruiken in een zakelijke en sociale omgeving. Kan ideeën en meningen gedetailleerd verwoorden en een volwaardige bijdrage leveren aan een discussie. Kan een samenhangend betoog voeren over complexe zaken en daarbij subthema’s noemen, specifieke standpunten ontwikkelen en uitdragen en het betoog afronden met een passende conclusie.
Lezen
Kan complexe, langere teksten van uiteenlopende aard begrijpen, zowel zakelijk als literair. Kan impliciete betekenis, nuances, stijl en idioom herkennen. Kan gespecialiseerde artikelen en uitvoerige technische instructies begrijpen, ook als zij geen betrekking hebben op het eigen werkterrein.
Schrijven
Kan een heldere, gestructureerde en gedetailleerde brief, essay of verslag produceren over complexe onderwerpen. Kan uitgebreid standpunten uiteenzetten en overtuigen. Kan zijn of haar schrijfstijl aanpassen aan de doelgroep.
A2 Basisgebruiker - Waystage Level
Luisteren
Kan zinnen en vaak voorkomende uitdrukkingen begrijpen over vertrouwde onderwerpen en activiteiten, bijvoorbeeld de familie, woonomstandigheden, boodschappen doen, opleiding of werk. Verstaat de gesprekspartner als deze langzaam en duidelijk spreekt in de standaardtaal, maar kan het gesprek nog niet zelf gaande te houden. Begrijpt de essentie van korte, eenvoudige berichten en aankondigingen, bijvoorbeeld op radio, televisie of een station.
Spreken
Kan eenvoudige gesprekken voeren over alledaagse onderwerpen en vertrouwde situaties. Kan eenvoudige informatie uitwisselen. Kan in eenvoudige zinnen zijn of haar woon- of werkomgeving beschrijven, zijn of haar achtergrond en dagelijkse activiteiten. Kan een eenvoudig telefoongesprek voeren, bijvoorbeeld om informatie te vragen.
Lezen
Kan korte, eenvoudig geschreven teksten, brieven of e-mails begrijpen. Kan voorspelbare informatie halen uit eenvoudige korte teksten, zoals dienstregelingen, advertenties of menu’s.
Schrijven
Kan een kort briefje of e-mail schrijven over een vertrouwd onderwerp, bijvoorbeeld om iets af te spreken. Kan eenvoudige notities en korte boodschappen schrijven over directe behoeften.
B2 Onafhankelijk gebruiker - Vantage Level
Luisteren
Kan lezingen en betogen volgen en zelfs complexe redeneringen als het onderwerp redelijk vertrouwd is. Begrijpt de essentie van technische discussies in zijn of haar specialisatie. Kan de meeste radio- of televisieprogramma’s over actuele zaken begrijpen. Kan het grootste deel van de films in de standaardtaal begrijpen.
Spreken
Kan op een vloeiende en spontane manier deelnemen aan gesprekken met moedertaalsprekers zonder extra inspanning van de gesprekspartner. Kan actief meepraten in discussies over bekende thema’s en zijn of haar mening geven en onderbouwen. Kan de voor- en nadelen van diverse mogelijkheden of oplossingen uitleggen. Kan een gedetailleerde beschrijving geven van een groot aantal onderwerpen ook buiten de directe persoonlijke belangstelling.
Lezen
Kan artikelen en verslagen lezen over eigentijdse problemen en houding of standpunt van de schrijvers begrijpen. Kan de essentie van complexe teksten over abstracte of concrete onderwerpen begrijpen. Kan modern literair proza begrijpen.
Schrijven
Kan een standpunt verdedigen, informatie doorgeven of een essay of verslag schrijven. Kan brieven schrijven over uiteenlopende gebeurtenissen of persoonlijke ervaringen. Kan een heldere, gedetailleerde tekst produceren over uiteenlopende onderwerpen.
C2 Vaardig gebruiker - Mastery Level
Luisteren
Kan vrijwel alles wat hij of zij hoort gemakkelijk begrijpen, zowel in contact met een gesprekspartner als via de media. Kan accenten en tempo van moedertaalsprekers begrijpen als hij of zij enige tijd heeft om vertrouwd te raken met het soort accent. Kan idiomatische uitdrukkingen en complexe betogen begrijpen.
Spreken
Kan deelnemen aan ieder soort gesprek. Drukt zichzelf spontaan, vlot, vloeiend en genuanceerd uit, ook in meer complexe situaties. Gebruikt vaste uitdrukkingen en zegswijzen. Kan een heldere beschrijving of logische redenering presenteren in een stijl die past bij de context en in een duidelijke structuur. Kan informatie samenvatten, op een samenhangende manier argumenten, nieuwe inzichten of aandachtspunten aan de orde brengen.
Lezen
Kan zonder moeite alles begrijpen wat hij of zij leest. Dat geldt ook voor complexe betogen, abstracte of specialistische teksten, literatuur en idiomatische uitdrukkingen.
Schrijven
Kan een duidelijke en goed lopende tekst schrijven en daarbij rekening houden met de doelgroep. Kan complexe brieven, verslagen en artikelen met een logische structuur schrijven. Kan zichzelf vloeiend en precies uitdrukken en kan hierbij nuances in betekenis aangeven.
Het ERK geeft inzicht in taalbeheersing
Daarom Dagnall!
toptrainers maatwerk door heel Nederland ISO 9001:2015 gecertificeerd, NRTO-keurmerk Btw vrijgesteld
OFFERTE AANVRAGEN
taaltrainingen - vertalen - tolken - teksten
ISO-certificeringen
ISO 9001:2015 – internationale norm voor kwaliteitsmanagement
Dagnall Talen is door Kiwa gecertificeerd voor de ISO 9001:2015 norm, de wereldwijd erkende norm die eisen stelt aan het kwaliteitsmanagementsysteem van een organisatie. De ISO 9001:2015 norm stelt strenge eisen om processen te borgen en te stroomlijnen die belangrijk zijn voor het verhogen van de klanttevredenheid. Voldoen aan zowel de eisen van opdrachtgevers alsook aan wetgeving en regelgeving en het continue verbeteren van het kwaliteitsmanagementsysteem zijn de kernpunten van de ISO 9001:2015 norm.
ISO 17100:2015 - internationale norm voor vertaaldiensten
Dagnall Taleninstituut is eveneens door Kiwa gecertificeerd voor de ISO 17100:2015 norm. De ISO 17100:2015 is de norm speciaal voor vertaaldiensten en bevat onder andere eisen voor mensen, middelen, projectbeheer, vertalers en proeflezers.
De ISO 17100:2015 certificering van Dagnall Talen toont aan dat uitsluitend met professionele moedertaalvertalers wordt gewerkt met de benodigde kennis en ervaring. Bovendien worden onze vertalingen altijd minimaal twee keer door twee specialisten proefgelezen. Onze vertalingen worden volgens afspraak en binnen de deadline aangeleverd.
Kiwa – certificeringen sinds 1948
Kiwa is een certificeringsinstelling in Rijswijk met vele jaren ervaring met het certificeren van bedrijven en organisaties. Jaarlijks wordt Dagnall Talen getoetst door Kiwa om te beoordelen of nog altijd aan de eisen van ISO 9001:2015 en ISO 17100:2015 wordt voldaan.
Ons taleninstituut is vanzelfsprekend al vele jaren lid van de NRTO en draagt ook het NRTO-keurmerk. Dagnall Talen heeft zich bij de NRTO aangesloten, omdat deze organisatie staat voor kwaliteit en betrouwbaarheid. ‘NRTO’ staat voor ‘Nederlandse Raad voor Taal en Training’. De NRTO is de brancheorganisatie voor private onderwijsinstellingen, opleidings- en trainingsinstellingen en heeft meer dan 450 leden. De missie van de NRTO is: Het beste uit mensen (jong en volwassen) halen, talenten ontwikkelen en mensen helpen hun ambities te realiseren.
Kwaliteitsbevordering en -bewaking
Voor de NRTO staat kwaliteit centraal. De NRTO staat voor kwalitatief hoogstaand, flexibel en gevarieerd opleidings- en examenaanbod en EVC (Erkenning van eerder Verworven Competenties). De kwaliteit van de diensten die door de NRTO-leden worden geleverd, bijvoorbeeld bij ons taleninstituut in Den Haag, wordt door een gedragscode, door diverse convenanten en door het NRTO-keurmerk geborgd.
De de NRTO-gedragscode is op vijf beginselen gebaseerd, te weten zorgvuldigheid, rechtszekerheid, redelijkheid, betrouwbaarheid en kenbaarheid.
Belangenbehartiging NRTO
De NRTO behartigt de belangen van private opleidingsinstituten in Nederland. De NRTO fungeert als gesprekspartner van ministeries, leden van de Tweede Kamer, overkoepelende organisaties voor het publiek onderwijs, sociale partners, maatschappelijke organisaties zoals de SER en de Stichting van de Arbeid en de media.
Samenwerking door NRTO
De NRTO werkt ook samen met diverse andere organisaties, zoals de Alliantie Samen Werken voor Werk. Alle NRTO-leden zijn ondernemers.NRTO-leden werken zowel klantgericht als resultaatgericht en zijn in staat om om snel in te spelen op veranderende omstandigheden en altijd maatwerk te leveren.Het aanbod van aan cursussen van bijvoorbeeld ons taleninstituut in Den Haag sluit aan bij de behoeften van de arbeidsmarkt.Continue vernieuwing is hiervoor onontbeerlijk.
Vertegenwoordiging NRTO
De NRTO is vertegenwoordigd in diverse commissies, besturen en adviesraden, zoals VNO-NCW, de SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven), het CRKBO, het NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie), Blik op Werk en stichting EDU-DEX.
NRTO-KEURMERK Het NRTO-keurmerk is ingevoerd in 2016 en gebaseerd op acht kwaliteitseisen die belangrijk zijn voor elke private opleider, zowel voor klassikale alsook online aanbieders en voor examen- en valideringsinstituten.De jaarlijkse toetsing van de NRTO-leden voor het keurmerk gebeurt door een externe certificerende instelling.
Kwaliteitseisen NRTO-keurmerk
Transparantie over producten & diensten
Helderheid over leeruitkomsten
Nakomen gemaakte afspraken
Meting van klanttevredenheid
Deskundigheid docenten, trainers en adviseurs
Investering in de deskundigheid van personeel
Ordelijkheid van processen
Streven naar continue verbetering
Het NRTO-keurmerk is opgebouwd uit 4 P’s met elk 2 uitgangspunten
Product
Doen wat je belooft en transparantie over het product dat of de dienst die je verkoopt
Bij opleidingen en trainingen; helderheid over de leeruitkomsten
Personeel
Het inzetten van deskundig personeel
Deskundigheidsbevordering van eigen personeel
Proces
Op orde hebben van processen met betrekking tot overeenkomsten en klachten
Streven naar continue verbeteren
Publiek
Tevredenheid – Feedbackloop
Garantieregeling van dienstverlening; continuïteit
Het NRTO-keurmerk is een onafhankelijke erkenning van de jarenlange kwaliteit en professionaliteit van de dienstverlening van Dagnall Talen.
Het NRTO-keurmerk geeft u de zekerheid dat u goed op weg bent met Dagnall Talen!
AVG-compliant
De AVG; Algemene verordening gegevensbescherming (Engels: GDPR; General Data Protection Regulation) is een Europese verordening inzake het verwerken van persoonsgegevens door bedrijven en overheidsinstellingen in de Europese Unie. Het voornaamste doel van de AVG is het beschermen van burgers in de EU. Deze verordening schrijft voor dat mensen op de hoogte moeten zijn van de verwerking van hun persoonsgegevens zoals naam, telefoonnummer en (e-mail)adres en dat alleen die gegevens die noodzakelijk zijn voor het beoogde doel, mogen worden bewaard en verwerkt.
Deze persoonsgegevens mogen niet langer dan nodig worden bewaard en de persoonsgegevens dienen tegen toegang door onbevoegden, verlies alsook vernietiging te worden beschermd. Dagnall voldoet natuurlijk aan alle eisen die worden gesteld door de Algemene verordening gegevensbescherming en verwerkt persoonsgegevens in elk opzicht zeer beperkt. Dagnall Talen werkt met het betrouwbare Filemaker.
Cursussen bij Dagnall taleninstituut in Den Haag zijn vrijgesteld van btw
Dagnall Taleninstituut is ingeschreven in het CRKBO-register. De naam CRKBO staat voor Centraal Register Kort Beroepsonderwijs. Dat betekent dat Dagnall aan de Kwaliteitscode voor Opleidingsinstellingen voor Kort Beroepsonderwijs voldoet. Inschrijving in het juiste CRKBO-register is een voorwaarde voor de Belastingdienst om beroepsgerichte taalcursussen btw-vrij te kunnen leveren. Door deze btw-vrijstelling kan ons taleninsitituut lagere prijzen in rekening brengen. Dit helpt in de cashflow van onze klanten en is eveneens een voordeel voor (taal)cursussen aan zowel zorginstellingen, maatschappen, overheidsinstellingen als privépersonen.
CPION
Voor deze inschrijving in het CRKBO-register is Dagnall Taleninstituut onderworpen aan een jaarlijkse audit door het CPION; het Centrum Post Initieel Onderwijs. Het CPION is de centrale organisatie voor het toetsen, diplomeren en registreren van postinitiële opleidingsinstituten.
Lloyd’s Register
Het CRKBO-register wordt bijgehouden door Lloyd’s Register Nederland. Het Lloyd’s Register in 1760 is opgericht en is een onafhankelijk, door de overheid erkend keuringsinstituut dat onder meer als doel heeft het beoordelen en classificeren van organisaties.
Offerte aanvragen bij ons taleninstituut in Den Haag
Wilt u contact opnemen met ons taleninstituut met ons taleninstituut in Den Haag? Bent u nieuwsgierig geworden naar de werkwijze? U kunt een e-mail sturen naar taleninstituut-den-haag@dagnall.nl of direct bellen via 070-2076707 (geen menu).
Of ga naar ons contactformulier. U kunt ook ons gratis informatiepakket aanvragen.
De juiste route naar een taleninstituut in Den Haag!
Daarom Dagnall!
toptrainers maatwerk door heel Nederland ISO 9001:2015 gecertificeerd, NRTO-keurmerk Btw vrijgesteld
Bij ons taleninstituut kunt u de taalcursus op uw eigen locatie volgen of in Den Haag, bijvoorbeeld bij Coachhuis Den Haag-Centrum aan de Raamweg 4 in Den Haag aan de in het pand van Tauro in het Statenkwartier aan de Pres. Kennedylaan 19 in Den Haag of bij Q-Building aan de Laan van Zuidhoorn 60 in Rijswijk. Ons taleninstituut verzorgt ook taalcursussen in Den Haag bij bijvoorbeeld Leonardo Royal Hotel Den Haag Promenade aan de Van Stolkweg 1, bij Hotel Novotel Den Haag City Centre aan de Hofweg 5-7, bij Mercure Hotel aan de Spui 180, bij Hotel NH Atlantic Den Haag aan het Deltaplein 200, bij NH Hotel Den Haag aan het Prinses Margrietplantsoen 100 en bij Van der Valk Hotel Den Haag-Nootdorp aan de Gildeweg 1 in Nootdorp.
Besprekingen houden in Den Haag kan bij het World Forum Convention Center, bij GIA Trade and Exhibition Centre, bij de Fokker Terminal, bij 7AM Den Haag, bij AFAS Circustheater, bij COMM Museum voor Communicatie, bij Het Mauritshuis, in Madurodam, bij het Spaansche Hof, bij de Tasty Comedy en bij Stadsvilla Mozaic.
Opgravingen uit de Haagse bodem duiden op bewoning in de steentijd, ruwweg 3000 v.Chr. Het is ook bekend dat er meerdere Romeinse forten hebben gestaan. Meestal wordt het jaar 1248 als ontstaansjaar van Den Haag aangeduid, omdat in dat jaar Willem II begon met de bouw van een kasteel dat als bestuurscentrum kon dienen: het Binnenhof.
Den Haag ontleent zijn naam aan Die Haghe’ (het omheinde). Graaf Floris IV (1210-1234) liet in de bossen een jachthuis bouwen. De naam ’s-Gravenhage (‘het bos, de haag van de graaf’) is veel jonger; namelijk uit de 17de eeuw.
Den Haag is gelegen in de Randstad en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Den Haag grenst in het zuiden aan de landstreek Westland. Plaatsen in de buurt van de stad Den Haag zijn Delft, ’s Gravenzande, Hoek van Holland, De Lier, Loosduinen,
Naaldwijk, Rijswijk, Scheveningen, Voorburg, Voorschoten, Wassenaar, Wateringen en Zoetermeer. Den Haag ligt in de provincie Zuid-Holland. In de gemeente Den Haag wonen ongeveer 537.000 mensen.
Een inwoner van Den Haag heet officieel een ‘Hagenaar’ of een ‘’s-Gravenhagenaar’. Veel Hagenaars die in Den Haag zijn geboren en getogen, noemen zichzelf Hagenees. Er zijn natuurlijk veel bekende Hagenaren. Het is een hele lijst, maar we noemen er toch even een aantal op: Dick Advocaat, Tim Akkerman, Anouk (Teeuwe), Naomi van As, Raymond van Barneveld, Michael Boogerd, Godfried Bomans, Henk Bres, Boudewijn Büch, Remco Campert, Rutger Castricum, Bart Chabot, Louis Couperus, Frank Dane, Paulien van, Deutekom, Wilbert Gieske, Cees Grimbergen, Jaap Haartsen, Constantijn Huygens, Harrie Jekkers,
Dick Jol, Jaap Jongbloed, Jerney Kaagman, Hans Kazàn, Marwan Kenzari, Kees van Kooten, Derek de Lint, Bridget Maasland, Ferry Mingelen, John de Mol, Willem van Oldenbarnevelt, Ronald Plasterk, Sandra Schuurhof, Carel Struycken, Erica Terpstra, Peter Timofeeff, taalkundige Eugenius Marius Uhlenbeck, Georgina Verbaan, Paul van Vliet, Pierre Wind, Michiel de Zeeuw, en Joop Zoetemelk. Haagse ‘hopjes’ of ‘Haagse bluf’: iets wat uit Den Haag komt, noemt men ‘Haags’ of ‘’s-Gravenhaags’. Den Haag kreeg stadsrechten in het jaar 1806.
Den Haag - internationaal & scholing
Provinciehoofdstad & partnersteden
Den Haag is de provinciehoofdstad van Zuid-Holland. Den Haag is de op twee na grootste gemeente van Nederland. Den Haag wordt ook wel ’s Gravenhage genoemd. De partnersteden van Den Haag zijn Al Hoceima, Nador en Taza in Marokko, Bethlehem in Palestina, Juigalpa en Paramaribo in Suriname, Nazareth in Israël, Palembang in Indonesië en Warschau in Polen.
Den Haag & Kijkduin
De gemeente Den Haag omvat eveneens Kijkduin.
Hoger onderwijs
Den Haag kent geen zelfstandige universiteit, maar is de vestigingsplaats van het International Institute of Social Studies (ISS), de Campus Den Haag (deel van de Universiteit Leiden) en het interuniversitair kennis- en onderzoekscentrum T.M.C. Asser Instituut (gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam). Er zijn eveneens diverse hogescholen gevestigd in Den Haag, zoals de Academie voor Wetgeving, De Haagse Hogeschool, Hotelschool The Hague, het Koninklijk Conservatorium en Schoevers.
Denk je aan Den Haag, dan denk je aan een bestuursstad, het Binnenhof, het Vredespaleis en aan de vele ambassades. Maar denk je aan Den Haag, dan denk je eveneens aan strand, Scheveningen en Madurodam. Den Haag fungeert als bestuursstad waar de regering, parlement en vrijwel alle ministeries van Nederland zijn gevestigd.
De stad is tevens de hofstad: de residentie van het Koninklijk Huis. Ook is Den Haag bij uitstek de stad van de rechtspraak, met nationale en internationale rechtscolleges.
Den Haag - minder bekend
Weinig mensen weten dat paleis Huis ten Bosch in de Franse tijd dienstdeed als bordeel en gevangenis.
Het wordt gesproken door de volksklasse en niet door de ‘Haagse kak’, die geaffecteerd spreekt. De bekende typetjes Jacobse en Van Es (Van Kooten en De Bie), Harrie Jekkers en natuurlijk de stripreeks Haagse Harry van Marnix Rueb, zijn een aantal zeer bekende vertolkers van het Haags. Het Haags spreekt veel klinkers afwijkend uit ten opzichte van het Standaardnederlands. Zo wordt de ‘ei/ij’ uitgesproken als è (het Plèn voor ‘het Plein’) en de ‘ui’ als èu (‘broodje’ als broodjèu). De ‘aa’ wordt een ah en de ‘ee’, de ‘oo’ en ‘eu’ krijgen een extra ‘j’ (eej). De Haagse ‘r’ klinkt als ch of wordt niet uitgesproken.
Typisch voor de Zuid-Hollandse dialecten is dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen ‘kunnen’ en ‘kennen’ en ook niet tussen ‘liggen’ en ‘leggen’. Een ‘politieagent’ in Den Haag is een wout of de kit. Iemands ‘meisje’ of ’vriendinnetje’ is zijn niesje en uitgenast betekent ‘bijdehand’. Als iets ‘goed smaakt’, is het voor een Hagenees te haggeluh. Je kunt mij de bout haggeluh wordt gezegd in plaats van “Bekijk het maar”. Als iets ‘eerlijk waar’ is, zegt een Hagenees: Zonder dollen. Geen porum: “Het ziet er niet uit”.
“This is The Hague”
Den Haag - zakelijk
De gemeente Den Haag
Het netnummer van Den Haag is 070. Het postcodegebied van Den Haag is 2490 - 2597. Het adres van het gemeentehuis van Den Haag is Spui 70, 2511 BT in Den Haag. De website van de gemeente Den Haag is Denhaag.nl. Het telefoonnummer van de gemeente Den Haag is 14 070.
Zakendoen in Den Haag
Voor Haagse ondernemingen is het dichtstbijzijnde filiaal van de Kamer van Koophandel het KVK-kantoor Den Haag aan de Koninginnegracht 13, 2514 AA in Den Haag. Het telefoonnummer van de Kamer van Koophandel voor Den Haag is 088 585 1585. De website van de Kamer van Koophandel voor Den Haag is KVK-kantoor Den Haag.
Bedrijven die wereldwijd opereren, vindt u in Den Haag op bedrijventerrein Binckhorst, Dekkershoek, Forepark, Kerketuinen, Laakhaven, Uitenhagestraat, Wateringse Veld, Westvlietweg, Ypenburg of op bedrijventerrein Zichtenburg. In Den Haag bevinden zich onder andere de volgende, veelal internationaal opererende bedrijven en organisaties: Aegon Nederland, Amazon Nederland, ANWB, APM Terminals, Aramco Overseas Company, ASN, At & T Global Network Services Nederland, de Consumentenbond, Het Coachhuis, Dekker Hout, Dimex (Belcanto, Cambridge, Cardas, Spendor), Electrolux Home Products, Europcar
Autoverhuur, Europol, HappyNurse, de Nederlandse Hartstichting, Hittech Group, HTM, Jacobs, KNAC Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club, Kone Nederland, Kuwait Petroleum Europe (Tango, Q8), Louwman Dealer Group (Toyota, Lexus), NIBC Bank, het NFI, NN Group Nationale Nederlanden, PostNL, Het Rode Kruis, SDU uitgevers, Shell, Sonax, Spuigroep, Staffing Associates, Star Apple, T-Mobile, Tebodin, Total Nederland, UMG Unirobe Meeùs Group, Unicef, Vapro Detachering, Zanussi Nederland, Zonecom en Armada (Fimap) in Voorburg. Een aantal van deze bedrijven mag Dagnall klant noemen.
Het Haagse nieuwsportaal is Regio 15 en Haagse ondernemers lezen hun regionale zakelijke nieuws op MKB Zuid-Holland - Nieuws. Ondernemers in Den Haag kijken hun (zakelijk) nieuws op Omroep West.
Houdt uw internationale zakenrelatie van sport? Dan is samen naar een sportwedstrijd gaan of zelf voetballen, tennissen, padellen of squashen wellicht een leuk idee. Voetbal verbroedert. Wellicht is het een idee om samen met uw zakenrelatie naar een voetbalwedstrijd te gaan, waar bijvoorbeeld de Haagse voetbalclub ADO, SVV Scheveningen, Quick of VCS Den Haag meespeelt.
Voor een partijtje tennis, padel of squash in Den Haag kunt u terecht bij Thor de Bataaf, bij Tennis Club de Rhijenhof, bij L.T.C. Leeuwenbergh of bij Sportcentrum Mariahoeve. Golf, ontspanning & lunch Wilt u na de cursus bij ons taleninstituut in Den Haag of een (lange) bespreking met uw internationale (zaken)relatie wat ontspannen? Om een balletje te slaan of gezellig iets te eten of te drinken, kunt u naar Golfbaan Leeuwenbergh in Den Haag gaan. De adresgegevens van deze golfbaan zijn Elzenlaan 31, 2495 AZ in Den Haag. De golfbaan is bereikbaar onder telefoonnummer is 070-395 45 56. De website van deze golfbaan is www.leeuwenbergh.nl. Om iets te drinken of een hapje te eten kunt u terecht bij het clubhuis van de golfclub. Golf Ockenburgh, Golf Duinzicht en Countryclub Groen-Geel zijn andere golfbanen in de omgeving van Den Haag.
Promotiefilmpjes en Google Maps
Hieronder staan een promotiefilmpje en een filmpje met drone-opnames van Den Haag die eveneens op Youtube te zien zijn. U kunt direct op het logo van Youtube in het midden klikken om een filmpje af te spelen. Direct onder de filmpjes ziet u de locaties van Zuid-Holland alsook Den Haag op Google Maps.
U kunt linksboven klikken om het kaartje groot weer te geven in een nieuw venster.
Promovideo Den Haag
Dronebeelden Den Haag
Google Maps Zuid-Holland
Google Maps Den Haag
Op de hoogte blijven van wat er speelt in Den Haag